Hier gebeurde het… Korte Leidsedwarsstraat 31, 18 april 1962 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     April 01, 2011    
3907   0   0   0   0   0

Brand in de anti-rooktempel

Op woensdagavond 18 april 1962 slaan in de Korte Leidsedwarsstraat de vlammen uit het dak van de ‘anti-rooktempel’ van Robert Jasper Grootveld. De tempel staat ook bekend als K-tempel (de K verwijst naar kanker) en is gevestigd in een voormalige garage/timmerwerkplaats op nummer 31. Dit ‘onderstuk’ is de plaats waar Grootveld sinds een maand door opvoering van onbegrijpelijke rituelen de strijd aanbindt met de consumptiemaatschappij in het algemeen en de tabaksverslaving in het bijzonder. Bij die rituelen komt veel rook te pas.

“De kerk voor de bewuste nicotinisten oftewel de anti-rook-Leidsepleiners aan de Korte Leidsedwarsstraat in Amsterdam is woensdagavond omstreeks middernacht door brand verwoest. De leider van de vreemdsoortige sekte, de 29-jarige geestenbezweerder en ex-glazenwasser Robert Jasper G. is kort daarna verdacht van brandstichting door de politie ingesloten.’ Zo berichtte Het Vrije Volk op 19 april 1962 over de brand. Voor veel krantenlezers is Robert Jasper G. dan al geen onbekende meer. Na al eerder twee maal met een vlot door de Amsterdamse grachten te hebben gevaren, heeft hij sinds begin december 1961 de aandacht getrokken door affiches met tabaksreclame te voorzien van de letter K of het woord kanker. Een doorbraak in de publiciteit volgt als hij daarvoor op 19 december 1961 voor zestig dagen achter de tralies verdwijnt.

Grootveld zou op den duur bekend worden als ‘anti-rook-magiër’, maar dat woord is in april 1962 nog niet uitgevonden. Hij heeft het voorzien op de reclame voor kankerverwekkende tabakswaren, maar rookt zelf wel. Hij is vooral ook de man achter de intrigerende woordenschat. De door hem geïntroduceerde termen als “happening”, “imaazje” en “publicity” zouden later onverbrekelijk verbonden zijn met de protestbeweging provo. Hij heeft zichzelf wel getypeerd als “exhibiel” (een samentrekking van exhibitionist en homofiel), waarmee is aangegeven dat zijn inspanningen er niet in de laatste plaats ook op zijn gericht om de aandacht op zichzelf te vestigen. Dat lukt ook op 18 april 1962 weer uitstekend.

‘Dit wordt een historisch moment’

De wijzers van de klok staan symbolisch twee minuten voor twaalf als Grootveld die woensdagavond een papieren fakkel over zijn schouder gooit, midden in een hoop houtkrullen die besprenkeld zijn met petroleum. Terwijl de rookwolken zich verspreiden wordt het publiek aangemoedigd om de uche-uche-song, de publicity-song en de lachhypnose ten beste te geven. Hoe dat in zijn werk gegaan moet zijn, is achteraf aanstekelijk beschreven door Dick van Reeuwijk in zijn boekje Damsterdamse Extremisten: “Ugge, Ugge, Ugge, Ugge. Vele malen herhaald en steeds vlugger, eindigend in een massale hoestpartij. Daarna komt de publicity-song: publicity, publicity, publicity, móóóóoore publicity. Iedereen zingt mee tot niemand het tempo meer kan bijhouden.”

Het is de aanwezigen bekend dat in de anti-rooktempel alles en iedereen voortdurend in de rook gezet wordt. In eerste instantie slaat dus niemand alarm, maar dat verandert als de vlammen het dak bereiken. Het gebouwtje stroomt leeg, de politie is vrijwel onmiddellijk ter plaatse en een kwartier later is de brandweer met twee motorspuiten gearriveerd. Volgens Het Vrije Volk ontstaat een wat grimmige sfeer: “Vooral een aantal van baarden, spijkerbroeken en paardenstaartjes voorziene jongelui wenste met de neus op de brand te staan en geen pas achteruit te gaan. Toen de politie de jongelui met zachte hand terugdrong, werden enkele bierglazen naar de agenten gegooid. De politiemannen trokken daarom de gummistok en maakten ruim baan voor de brandweer.”

Grootveld zelf is inmiddels op het dak van zijn brandende tempel geklommen en vraagt het publiek om hem sigaretten als rookoffer toe te werpen. “Dit wordt een historisch moment,” schreeuwt hij vanaf het dak. “Gedenk van der Lubbe,” roept hij ook, verwijzend naar Marinus van der Lubbe, die in 1933 de Duitse Rijksdag in brand stak omdat hij een daad wilde stellen tegen het fascisme. Grootveld wordt diezelfde avond nog afgevoerd naar het politiebureau op het Leidseplein. Het is met hem gelukkig beter afgelopen dan met Van der Lubbe.

“Het is hier nog een beetje koud en ongezellig, maar dat verandert. Weldra zullen de wanden fijn bruin zijn gerookt en er komt ook een kacheltje bij,” heeft Grootveld de pers nog toevertrouwd bij de inwijding van zijn tempel. Dat was op zaterdag 17 maart 1962, een maand vóór de brand. “Twee agenten hebben de samenkomst bijgewoond en geconstateerd dat de heer Grootveld een toespraak hield, gekleed in een merkwaardig kostuum en met een hoofddeksel met ingebouwde tabakspijp,” bericht Het Parool op 19 maart over deze avond. De agenten rapporteren aan de wachtcommandant dat er “naar schatting” vier tot vijf belangstellenden aan de bijeenkomst deelnemen. Alles verloopt rustig en tegen half twaalf gaat ieder zijns weegs. In de loop van de maand trekken de bijeenkomsten van Grootveld steeds meer belangstelling en de politie blijft een oogje in het zeil houden. Uit voorzorg worden gas en elektriciteit afgesloten, nadat de voorganger in de dienst de waterleiding kapot heeft geslagen en water over bedradingen heeft laten lopen. De agenten waarschuwen ook voor brandgevaar, waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat de diensten na afsluiting door het energiebedrijf bij kaarslicht worden opgedragen. De tempel wordt door journalisten beschreven als een pijpenla van zes bij dertig meter, vol met brandbare spullen: hout, krantenknipsels, verfblikken, afgedankte etalagepoppen en aanplakbiljetten met sigarettenreclame voorzien van een K.

Mystieke rituelen

Heeft Robert Jasper Grootveld zijn K-tempel expres of per ongeluk in brand gestoken? In juni 1963 vraagt de president van de Amsterdamse rechtbank het hem op de man af. In Het Parool van 16 juni lezen we het antwoord van de beklaagde, die zich voor de gelegenheid heeft gehuld in een veel te grote streepjesbroek: “Een combinatie van beide. Ik wilde een brand maken om de aandacht te trekken en toen is het mij eigenlijk uit de hand gelopen.” Hij komt er vanaf met een voorwaardelijke straf.

Na de brand wordt de tempel aan de Korte Leidsedwarsstraat niet meer gebruikt voor geruchtmakende anti-rook-diensten. Nog jaren lang getuigen de resten van het gebouwtje met karakteristieke provo-opschriften aan de gebeurtenissen van maart en april 1962, maar de ‘exhibities’ van Grootveld spelen zich af op andere locaties. Zijn zoektocht brengt hem in juni 1964 uiteindelijk bij het Lieverdje op het Spui. De mystieke rituelen van de ‘anti-rook-magiër’ worden dan inmiddels ‘happenings’ genoemd en trekken nog meer dan voorheen de aandacht. Ze zullen in de zomer van 1965 als de onbegrijpelijke bijeenkomsten van provo’s, mede dankzij het ingrijpen van de Amsterdamse politie, wereldberoemd worden.

Tekst: Marius van Melle & Niels Wisman

Mei 2005

Powered by JReviews