Architect Jacques van Straaten, 1862-1920 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     November 17, 2010    
5768   0   0   0   0   0

Bouwmeester De Bijenkorf eindigde in de goot

Hij heeft meer gebouwd in Amsterdam, maar Jacques van Straaten is slechts om één schepping echt bekend: De Bijenkorf. Dat is dan ook meteen een van de bekendste gebouwen van Nederland. Een van de meest bezochte ook. Wie heeft zich niet vergaapt aan de miniatuuruitvoering in lego? Of aan de banketbakkersversie op de begane grond? De Bijenkorf is meer dan een warenhuis: het is een onmisbaar onderdeel van de Nederlandse cultuur.

Jacobus Augustinus van Straaten jr. werd in Utrecht geboren in een katholieke familie van architecten en andere creatievelingen. Zijn vader had de leiding over een deel van de uitbreiding van Utrecht, grootvader Bruno was een bekend portretschilder geweest en oudoom Johannes A. van Straaten (1781-1858) een vooraanstaande architect, onder andere van het Leesmuseum aan het Rokin. Ook was hij in 1842 grondlegger van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, voorloper van de Bond van Nederlandse Architecten. Dat Jacques van Straaten veelal ‘jr.’ achter zijn naam krijgt, is vooral om verwarring met deze invloedrijke oudoom te voorkomen.

Op 17-jarige leeftijd haalde Van Straaten in Amsterdam zijn hbs-diploma en kwam in de leer bij het bureau van Pierre Cuypers, toen verreweg de belangrijkste architect van Nederland. Jacques’ tekentalent werd er hoog aangeslagen, en zou zijn hele leven worden geroemd. Hij assisteerde onder andere bij de uitgebreide herbouw van Kasteel de Haar in Haarzuilens, het grootste kasteel van Nederland.

De ondernemende jongeman trok in 1883 naar Londen, waar de architectuur net een klein golfje van Hollandse invloeden onderging. Hij kwam onder de hoede van de vooraanstaande architect Colonel Sir Robert William Edis, die onder meer een aantal grote hotels en herenclubs op zijn naam heeft staan. Vanaf 1885 volgde Van Straaten een avondstudie architectuur aan de Royal Academy, een van de eerste architectenopleidingen van academisch niveau.

Een medestudent was de twee jaar oudere Amerikaan Richard Clipston (‘Clip’) Sturgis. Vooral hij zal eraan hebben bijgedragen dat Van Straaten in de Verenigde Staten terechtkwam. De twee maakten een studiereis door Europa en daarna Amerika. Eind 1886 vestigde Van Straaten zich in Boston, waar de welgestelde familie Sturgis vandaan kwam. Zijn lidmaatschap van de Boston Society of Architects toont aan dat hij vanaf 1888 geen assistent of tekenaar meer was, maar volwaardig architect. Boston gold in die tijd als het culturele en intellectuele centrum van de VS: het ‘Athene van de Nieuwe Wereld’. Lange tijd was het de enige Amerikaanse stad met een bouwkundeopleiding, bakermat van het Moderne Bouwen.

Niet erg Amerikaans

In 1892 trok Van Straaten verder westwaarts, naar boomtown St. Louis, om hetzelfde jaar terug te keren naar Nederland. Hij vestigde zich in 1898 als zelfstandig architect in Amsterdam en bouwde een klein kantoor op, waar onder meer Henrik Th. Wijdeveld als jongste bediende zijn zeer lange loopbaan begon.

Van Straaten trouwde een jaar later met Maria Povel (1874-1943). Het paar kreeg een dochter.

Veel van zijn eerste opdrachten verkreeg hij via de gegoede familie van zijn echtgenote: vooral landhuizen in het Gooi (en andere bosrijke streken), waarvan de meeste niet meer bestaan. Voor zichzelf ontwierp hij een eenvoudig buitenhuis in Zandvoort. Zijn allereerste opdracht betrof echter een sigarenfabriek annex -winkel in Utrecht. Later, in 1909, volgde voor dezelfde firma nog een Amsterdams filiaal. Het staat er nog steeds: een vrij non-descript pand op de hoek van de Utrechtsestraat en de Prinsengracht. Nog steeds zit er een sigarenwinkel. Zijn eerste Amsterdamse gebouw was de rijwielfabriek Simplex aan de Overtoom (1896).

Opvallend is dat in Van Straatens werk Amerikaanse of Engelse invloeden nauwelijks voorkomen. Uitzondering is het kantoorpand aan de Herengracht 442, waar tot voor kort de bank Nachenius Tjeenk zat (de naam staat nog op de gevel). Van Straaten bouwde het in 1906 voor de Friesch-Groningsche Hypotheekbank. De gebogen raampartij en de ondersteuning daarvan zouden typisch zijn voor Boston. Ook de gevelbekleding van geglazuurde blauwe baksteen is on-Amsterdams. Uit dezelfde periode stamt gebouw Neptunus, het reisbureau van de scheepsbevrachters De Vries & Co aan het Rokin, afgebroken in 1978. Het gebouw voor de Nederlands-Indische Escompto Maatschappij uit 1909, Keizersgracht 573-575, bleef behouden. Het werd enkele jaren geleden – vóór de kredietcrisis – door ABN Amro gerenoveerd.

Gouden plek

Erg stijlvast was Van Straaten niet. Soms bouwde hij ineens in streng-classicistische stijl, mogelijk omdat zijn opdrachtgevers dat zo wilden. Een mooi voorbeeld staat achter het Rijksmuseum: het woonhuis uit 1911 voor de schatrijke antiquaar A.W.M. Messing, Johannes Vermeerstraat 2, in 1917 overgenomen door W.J.R. Dreesmann, zoon van een van de oprichters van V&D en vermaard kunstverzamelaar. Hij stelde het in 1924 ter beschikking als tijdelijke residentie aan de pauselijke nuntius. Van 1950 tot ongeveer 1960 vestigde hij er een particulier museum voor Amsterdamse prenten. Het pand bleef in de familie; ook zijn legendarische zoon Anton woonde er, te midden van zijn imposante kunst- en boekencollecties. Rond 1960 kwam het in bezit van de UvA, die er (tot 1982) het Kunsthistorisch Instituut onderbracht. Tegenwoordig huist het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde er.

Minder duidelijk van stijl is het pand dat Van Straaten in 1912 ontwierp voor de Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij, op de hoek van de Hendrik Jacobszstraat met de Valeriusstraat. In de stallen en garages zit tegenwoordig een supermarkt. Jacques van Straaten deed meerdere projecten voor Arthur Isaac, de tweede directeur van de begin 20ste eeuw sterk opkomende Bijenkorf. Zo bouwde hij in 1911 op de Nieuwendijk bij de Dirk van Hasseltssteeg, waar Simon Philip Goudsmit in 1869 zijn allereerste manufacturenwinkeltje De Bijenkorf had geopend, het Groot Bioscoop Theater. Anders dan de naam suggereert, was het een betrekkelijk klein theater, dat al snel Luxor ging heten. In 1976 werd het afgebroken.

In 1908 werd op het perceel Nieuwendijk 144 de bouw van een nieuw pand voor de snel expanderende Bijenkorf aanbesteed. Van Straaten kreeg de ontwerpopdracht. Tijdens de bouw zou er ook naar zijn ontwerp een noodwinkel komen op het – van de gemeente gehuurde – braakliggende oude beursterrein aan het Damrak. De zaak liep zo voorspoedig dat De Bijenkorf zich daar definitief wilde vestigen. Een gouden plek.

Zwanenzang

De plannen voor de Nieuwendijk werden geannuleerd en Van Straaten kreeg in 1910 de opdracht voor een volledig nieuw pand, aanvankelijk met winkels op de begane grond en te verhuren kantoren op de bovenverdiepingen. Het bleek nog niet zo eenvoudig in Nederland voldoende geld voor het project bij elkaar te krijgen, dus werd er in Antwerpen – waar het fenomeen warenhuis al meer bekendheid genoot – Belgisch en vooral Duits kapitaal werd verworven. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd De Bijenkorf een Nederlands bedrijf.

Hoewel De Bijenkorf (1911-1914) tegenwoordig gezien wordt als het magnum opus van Jacques van Straaten, is de term zwanenzang eigenlijk beter op zijn plaats. Na voltooiing van het eerste ontwerp raakte hij in grote persoonlijke problemen. Zijn huwelijk liep spaak en hij raakte daardoor aan de drank – of omgekeerd. De opdrachtgever haalde hem van het project. Zelfs kwam het bijna tot ontslag, maar Arthur Isaac schrok daarvoor terug, omdat hij vreesde dat geen architect in Amsterdam het project zou willen overnemen. In plaats daarvan kocht hij Van Straaten voor ƒ 50.000,- af en creëerde hij de nieuwe functie van uitvoerend architect voor de chef de bureau van Van Straaten, B.A. Lubbers. In 1915 bepaalde de rechter zelfs dat Lubbers zich officieel de ontwerper van De Bijenkorf mocht noemen; gelukkig hebben de architectuurhistorici zich daar nooit iets van aangetrokken.

Na De Bijenkorf kwam er niet veel meer uit Van Straatens handen. Hij bouwde nog een winkel- en kantoorpand voor een bonthandel aan de Herengracht, waar hij zelf ook zijn intrek nam. Ook werkte hij aan nogal megalomane plannen voor een opera op het Museumplein en een groot hotel op de Dam, maar die werden niet gerealiseerd. Op 19 oktober 1920 overleed hij in Amsterdam aan de gevolgen van alcoholgebruik. Zijn echtgenote hertrouwde met een huisarts, die na korte tijd failliet ging. Bij de inboedelverkoop raakte de door Jacques van Straaten achtergelaten tekeningencollectie verspreid. Daardoor zijn er haast geen tekeningen meer van hem bekend.

Tekst: Sjaak Priester

Mei 2010

Powered by JReviews