De vaste route van Piet Römer Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juni 17, 2011    
6035   0   0   0   0   0

Gedoopt in De Duif

“Wat staan daar nou voor autobanden op?” Piet Römer (1928) kijkt omhoog, naar de voorgevel van wat in zijn jeugd Kerkstraat 216 was. Samen met de twee belendende panden is het geboortehuis van de acteur ruim tien jaar geleden vernieuwbouwd tot Kerkstraat 206-218. Sindsdien dragen de gevels – letterlijk – het jaartal 1991 en twee witte, cirkelvormige sculpturen. Vanaf hier liep de kleine Piet, samen met zijn tweelingbroertje en zijn moeder, dagelijks naar de kleuterschool in de Nieuwe Looiersstraat.

Zijn ouders woonden in de Kerkstraat 216 aanvankelijk nog samen met opa en oma – maar dat was voordat de tweeling werd geboren. Die maakte nog wel schoenmaker Rus mee, die in de kelder zijn nering dreef. En het baptistenkerkje op 204, waar nu de aluminiumplaten voorgevel van Architecten Soeters Van Eldonk Ponec in de ochtendzon schittert. “Wat een Hollywood-achtig rotgebouw,” fulmineert Römer. “Sommigen noemen dat postmodern!” reageert een passant die het kennelijk wel kan waarderen.

Römer richt zijn aandacht liever op nummer 225, tegenover het ouderlijk huis, waar in zijn jeugd een poppendokter met gevoel voor public relations praktijk hield. “De man had een paar Deense doggen waarvoor hij zadeltjes had gemaakt. Daarop zette hij politiepoppen die bordjes met de naam van zijn zaak droegen en zo liepen die honden door de buurt, als wandelende reclameborden.”

Wij zetten koers naar de Vijzelstraat. Vlak voor de onderdoorgang van het ABN-AMRO-gebouw wijst Römer naar “de bouwput”. Waar nu rechts een ijzeren rolluik en links een hek met daarachter een gigantisch beeld van een hond de weg versperren, speelde hij met zijn vriendjes. En ze kregen er koekjes van de serveersters van de Teacorner (Vijzelstraat 72, hoek Kerkstraat), waarvan de achteruitgang in de zogenoemde bouwput uitkwam. “Die dames waren altijd in het zwart gekleed, met witte schortjes voor en witte kapjes op.” Later maakte de tearoom plaats voor Tai Ton, een van de eerste Chinese restaurants in Amsterdam. Met Chinese tongval stoot Römer plotsklaps opgewonden geluiden uit. “Dat was in de tweede helft van de jaren dertig, toen Japan steeds verder China binnendrong. Daarover hoorde je ze in het restaurant altijd druk babbelen.”

In de auto van Bernhard

We staan op de hoek Vijzelstraat-Kerkstraat, precies waar in Römers kleutertijd opoe Kalee ’s ochtends met haar bloemenmand stond, wanneer ze de zaken voor haar manke zoon Henk waarnam. Römers moeder maakte graag een praatje met haar. “En dan vergat ze de tijd. Wanneer dan de Munttoren sloeg schrok ze op en holde ze drie passen vooruit: ‘Jongens, we moeten naar school!’” Bij meneer Ras, een stoker die even verderop resideerde, aten Römer en zijn broer om twaalf uur een boterhammetje. Dat kwam zijn ouders niet slecht uit, want het waren arme tijden. “Mijn vader was wat je nu een WAO’er zou noemen, dus we hadden weinig geld.”

We steken over en houden de Kerkstraat aan. Op de hoek passeren we Albert Heijn – voorheen Jamin, waar een meisje werkte op wie Römer en zijn broer verliefd waren. In een van de tot garage omgebouwde koetshuizen – op nummer 261 – stalde prins Bernhard zijn automobiel, toen hij tijdens zijn verloving met Juliana stage liep bij de Hollandsche Handel-Maatschappij in de Vijzelstraat. “Wij kenden het zoontje van de conciërge,” grinnikt Römer, “dus wij speelden daar, in de auto van Bernhard. Maar dat maakte helemaal geen indruk.” Niet veel later betrok een afdeling van de WA – de zogeheten weerbaarheidsafdeling van Musserts NSB – de garage, zo herinnert Römer zich. “Van hieruit trokken ze de stad in om amok te maken.”

Bij de Reguliersgracht slaan we rechtsaf. Op de hoek met de Prinsengracht, in het roestbruin geschilderde huis op nummer 92, woonde destijds een vroedvrouw. Nog steeds overziet een statige ooievaar vanuit een hoeknis het Amstelveld en De Duif, de katholieke kerk waar Römer werd gedoopt. Toen hij in de buurt bezig was voor filmopnames van Wat zien ik? (1971), passeerde er een heer die hem vroeg: ‘Kent u mij nog?’ Römer moest het antwoord schuldig blijven. “Het was de pastoor. Even later kwam hij terug met mijn doopceel.”

“Mijn vader was een papenvreter”

We steken over en lopen rechtsaf de Prinsengracht op. Römer voelde in zijn kleutertijd vooral voor het prachtvak van banketbakker. Misschien geïnspireerd door de toenmalige bakkerij op de hoek van de Nieuwe Looiersdwarsstraat en de Nieuwe Looiersstraat. “Die vrouw vond het zo leuk dat wij een tweeling waren, dat ze ons ’s ochtends altijd een cakeje gaf. We moesten het snel opeten, want zuster Angina van de kleuterschool mocht het niet zien. Ze waren streng, die nonnetjes, en snoepen was uit den boze.” De laatste paar stappen liepen de Römertjes dan ook heftig kauwend en met droge mond – naar de Sint Antoniusschool en Sint Willibrorduspatronaat in de Nieuwe Looiersstraat 100. Römers vader was een “papenvreter”, maar zijn moeder was katholiek. “Toen ze trouwden heeft hij moeten beloven dat de kinderen katholiek zouden worden opgevoed.”

We lopen richting Vijzelgracht – tot 1933 nog een echte. Schuin aan de overkant, op de hoek met de Lijnbaansgracht, stak destijds de Meel- en Broodfabriek iets uit. “Er zat een winkeltje in dat werd gedreven door een vrouw met práchtige bruine ogen en een bochel.” Ook bij haar konden de Römertjes altijd wel op een versnapering rekenen.

Terugwandelend naar de Kerkstraat via de Vijzelstraat passeren we de chique Hart’s Wijnhandel (Vijzelgracht 270) en eetcafé Myrabelle (nummer 1), voorheen respectievelijk een eenvoudige schoenenzaak en schoenmakerij De Adelaar. “In de buurt wemelde het van de kleine, berooide middenstanders die niet te eten hadden,” vertelt Römer. “Het merendeel stemde dan ook NSB. Het was crisis, Nederland voerde een protectionistisch beleid. Je zag hier in de etalages dan ook borden hangen met de tekst: ‘Koopt Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar.’”

Tekst: Marcella van der Weg

Oktober-November 2002

Piet Römer viert dit jaar zijn vijftigjarig jubileum als acteur. Hij speelde onder meer in de populaire televisieseries Stiefbeen en zoon, ’t Schaep met de 5 Pooten en als rechercheur De Cock in Baantjer. Deze series werden alle onderscheiden met de gouden Televizierring. Naast rollen in speelfilms en in het theater was Römer ook jarenlang de Hoofd-Piet bij de televisie-intocht van Sinterklaas.

Powered by JReviews