Markante Amsterdammers: Figaro Pasquale Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     April 09, 2013    
3256   0   0   0   0   0

Wie de kapperszaak van Pasquale bezoekt, heeft er een ervaring bij die hij zijn leven lang niet meer vergeet. Pasquale knipt haren van heren, zeker. Maar meer dan kapper is hij entertainer. De vraag is: hoe lang nog? Want de 75-jarige Italiaanse Amsterdammer wil stoppen.

Bij binnenkomst in de kleine zaak in de Begijnensteeg weet je direct dat je niet bij een gewone kapper binnenstapt: de hele zaak hangt en staat vol met foto’s, schilderijtjes, krantenknipsels, grote borden waarop provocerende leuzen zijn geschreven, overvolle vitrines met tientallen, uitgesproken Amsterdamse snuisterijen, boekjes, beeldjes, een heus borstbeeld van de kapper zelf. We lopen een museum in.
Maar wat waarschijnlijk nog meer opvalt: dit is een theater, met kapper Pasquale als stralend en luidruchtig middelpunt. Figaro Pasquale moeten we zeggen. De in Italië geboren kapper noemt zich graag zo, naar de barbier Figaro uit Beaumarchais’ opera De barbier van Sevilla. Zijn klanten, bezoekers, toeschouwers, sympathisanten, kortom de Pasqualisten, bepalen zelf wat ze voor de voorstelling en het knippen betalen. “Ik laat iedereen naar de kassa lopen. Dat is psychologisch een interessant moment. Ze kiezen dan zelf wat het bezoek waard is.”
Maar nu zit mijn eigen herinnering me toch een beetje in de weg. Het zal eind jaren tachtig van de vorige eeuw zijn geweest. Mijn buurtkapper blijkt op vakantie en ik zoek een ander. Ik kom bij Pasquale terecht en word met open armen ontvangen. Mijn vraag wat het kost, wuift hij met grootse gebaren weg. Ik moet gaan zitten, krijg een kopje thee en een aantal tijdschriften vol mannen met moderne kapsels. Ik heb daar eigenlijk weinig zin in, maar wil ook niet onbeleefd zijn. Toch vraag ik al snel weer naar de kosten en nóg wel een paar keer. Uiteindelijk wordt het Pasquale te veel. “Honderd gulden”, zegt hij. Ik zit wat knippen betreft nog in het ‘zevenvijftig-stadium’ en maak me snel uit de voeten.

Ferrari met lekke band

Hij zal me niet gemist hebben. Pasquale heeft een forse klantenkring van voornamelijk BA’ers – Beroemde Amsterdammers –, als ik hem goed begrijp. Van Piet Römer tot Martin Simek, die hem “een verlicht dictator” noemde: “Bij jou heb ik de vrijheid gevonden. Maar niet de vrijheid van het woord, want jij laat me nooit aan het woord.” En niet te vergeten Drs. P, die ter gelegenheid van Pasquales 50-jarig jubileum dichtte over het woord ‘barbier’:

[…] Het heeft geschiedenis, cachet en zwier
En waar het dus bij past is zonneklaar
Niet bij een disco of een kerncentrale
Maar bij een man die jubileert dit jaar

Wie, vrienden, is die topfiguur? Ziehier –
Ik stel u voor aan Figaro Pasquale
En heden vieren wij zijn jubeljaar

Johnny van Doorn schreef in 1988: “Het werd de hoogste tijd om bij de barbier Pasquale, gevestigd in een steeg nabij het Begijnenhofje, een nieuw flacon haarwater aan te schaffen. Zo gezegd zo gedaan. Dokter Dralle’s Berkenwater hetwelk, royaal over je hoofd gesprenkeld en dan stevig ingemasseerd, hét middel is om een kleine inzinking tegen te gaan. De heilzame verfrissende lotion gebruik ik ook weleens vlak voor een optreden. Ik zweer daarbij. Effectiever dan een snuifje coke.”
Onlangs bereikte Pasquale de respectabele leeftijd van 75 jaar. Een paar jaar geleden werd bij hem long- en lymfekanker geconstateerd. “Ik ben nog steeds een Ferrari, de motor is in orde, ik heb alleen een lekke band”, was zijn commentaar destijds. Zo te zien lijkt de band met succes geplakt.
Pasquale Capone werd op 25 februari 1935 geboren in Sorianello, een dorpje in Calabrië, Zuid-Italië. Zijn vader was metselaar. Toen hij een jaar of tien was verhuisde het gezin naar Rome. Voorbestemd om priester te worden zat hij twee jaar op het seminarium. Maar dat was niks voor Pasquale. Hij ging eraf en moest werk zoeken. Aan knippen had hij nooit gedacht, maar toevalligerwijs kwam hij terecht bij de befaamde meester-coiffeur Armido. Het eerste wat deze vroeg, was: “Mag ik jouw handen en polsen zien?” Vervolgens moest hij een bezem pakken. “Het wapen van de zaak! Het gaat niet om schoonmaken, maar om schoonhouden!”

Man van het ambacht
Armido was een strenge leermeester, urenlang moest Pasquale oefenen met kam en schaar, waarbij een fles dienst deed als hoofd. Maar zo leerde hij wel het vak. Een van de stokpaardjes van Figaro is de waarde van het ambacht: “Het ambacht zit tegenwoordig op het niveau van de braderie.” Grote bewondering heeft hij voor vakmensen als Joop Braakhekke, Aad Veldhoen, Paul Huf. Hij vreest dat de schoenmaker, de goudsmid en de meubelmaker uit het straatbeeld zullen verdwijnen. Elk jaar organiseert hij De Dag van het Ambacht. Pasquale: “Ik zou graag twee jonge stagiaires willen hebben die ik het vak kan leren. We moeten de klassieke oude ambachten in ere herstellen! Het vak dreigt te veel eenheidsworst te worden. Het kappersambacht is opgeofferd aan het à la minute-kapsel, we zijn fast food-kappers geworden.”
In 1960 leerde Pasquale in Rome een Nederlandse vrouw kennen – “een kopie van de actrice Jeanne Moreau” – op wie hij verliefd werd. Hij ging haar achterna en trok bij haar in, in de Gerrit van der Veenstraat. Zeven jaar woonden zij samen. Al snel had hij werk als kapper gevonden. Aanvankelijk bij Willem Hähnen op het Singel en vanaf 1965 in de Begijnensteeg. In “de huiskamer van de buurt”, geheel gerestyled door de bekende binnenhuisarchitect Edo Spier, “pro deo, want ik had geen cent!”
Eerst werkte hij nog samen met compagnon Henk Laduc en heette de zaak Kapsalon Witvoet. Maar al spoedig had Pasquale het rijk alleen en kon hij uitgroeien tot “de barbier van haren en ziel”, zoals hij zichzelf graag noemt. “Ik ben verzorger. Ik verzorg niet alleen de haren, maar ook de ziel van de mensen. Iemand die goed verzorgd is, voelt zich prettiger en gelukkiger. Haren zijn de antennes van de ziel. Een echte barbier is in het leven belangrijker dan een pastoor of een commissaris van politie. Ik ben geen haptonoom, maar een kaptonoom.”
Zo nu en dan knijpt hij zijn ogen dicht van het lachen. 

Opvolger gezocht

Pasquale knipt uitsluitend mannen: “Een herenkapper is altijd zeer individueel bezig, terwijl de dameskapper met tien dames tegelijk bezig kan zijn.” Hij trekt er een getroffen gezicht bij. “Het verbaast me dat er in verzorgende instellingen wel dameskappers zijn te vinden, maar vrijwel geen herenkappers. Alsof zieke of bejaarde mannen geen behoefte zouden hebben aan verzorging!”
Pasquale: “God schiep de mens, maar wie maakte van het mannelijk schepsel een heer? Precies: de barbier. En wie is de barbier van Amsterdam? Opnieuw goed: Pasquale!”   
De liefde voor de lookalike van Jeanne Moreau mag dan over zijn gegaan (later trouwde Pasquale met een andere vrouw, van wie hij in 1988 scheidde, ze kregen twee kinderen), de liefde voor Amsterdam is springlevend gebleven. Pasquale kan in vervoering raken als het over ‘zijn stad’ gaat, vooral als er iets mis is: “Die Noord/Zuidlijn! Een schande! Laten ze er zo snel mogelijk parkeergarages van maken!” Over het stadsbestuur en de bazen van allerlei Amsterdamse ondernemingen kan hij zich mateloos opwinden: “Dat zijn helemaal geen Amsterdammers! Ze doen helemaal niets voor Amsterdam!” Opmerkelijke woorden uit de mond van een echte Italiaan die weliswaar al een halve eeuw in Amsterdam woont, maar nog altijd Nederlands spreekt met een allesoverheersend Italiaans accent. En bovendien in Abcoude woont… “Ja, ik kon Amsterdam niet meer betalen.”
Pasquales kapsalon is een ontmoetingsplaats. Hij voorziet iedereen van thee, koekjes, wijn, hapjes. “Ik ben als een broer voor mijn klanten. Ze nemen me in vertrouwen en ik bescherm hun privacy. Ik zou het liefst willen dat mijn zaak een trefpunt van socialisatie wordt, een plek waar jongeren en ouderen elkaar ontmoeten.” Dat zou je hem gunnen en ook dat hij nog vijfentwintig jaar zo door kan gaan. Maar Pasquale wil stoppen, zegt hij. En al heel lang. “Pasquale legt de schaar neer” kopte KappersNieuws in september 1997 boven  een artikel over zijn komende vertrek: “Pasquale wil met pensioen en zoekt een geschikte opvolger.” Maar die is nooit gevonden; zijn kinderen willen niet. “Ik heb van alles geprobeerd om iemand te vinden, ik heb de gemeente ingeschakeld, ik bied de zaak voor niets aan!” Hij heft de armen

J.H. van Geemert
April 2010

Powered by JReviews