Een passie voor waaiers Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     December 14, 2010    
5670   0   0   0   0   0

De sierlijke obsessie van Isa van Eeghen

Tot de vele bijzondere verzamelingen van het jubilerende Koninklijk Oudheidkundig Genootschap behoort de unieke waaiercollectie van historica Isa van Eeghen – vanaf eind deze maand te bewonderen in Museum Willet-Holthuysen. Minstens zo apart als de waaiers zelf was hun verzamelaarster.

Een gedreven historica, een bezeten allesweter en daarnaast een gepassioneerd verzamelaarster, eigenzinnig en innemend tegelijk. De in 1996 overleden Isabella Henriette (Isa) van Eeghen was een opvallende, uit de historiografie van Amsterdam niet weg te denken vrouw. Iemand wier rusteloze nieuwsgierigheid bijna alle aspecten van het Amsterdamse verleden betrof. Zij liet na haar dood meer dan 750 publicaties na én een bijzondere verzameling van ruim duizend waaiers.
Isa van Eeghen, geboren in 1913, groeide op in een vooraanstaand en cultuurminnend Amsterdams bankiersgezin. Na haar studie geschiedenis en haar promotie kwam zij in dienst bij het Gemeentearchief, waar zij het al binnen enkele jaren bracht tot de positie van adjunct-gemeentearchivaris. Ze werd bovendien een gedreven onderzoekster van de stadsgeschiedenis. Ze publiceerde steevast onder de naam “Mej. dr. I.H. van Eeghen” en hechtte er als ongetrouwde vrouw aan dat ze als “Juffrouw Van Eeghen” werd aangesproken.
Hoewel de Van Eeghens van oudsher op charitatief en cultureel gebied buitengewoon royaal waren – zo waren ze betrokken bij de aanleg van het Vondelpark, de bouw van het Concertgebouw en het ontstaan van een historisch museum –, hield de intellectuele familie niet van uitgaan en deed ze niet mee aan verkwistende diners en feesten. Ook Isa werd zuinig opgevoed. “Het was heel verkeerd om uitgaven speciaal voor jezelf te doen, zoiets deed je niet.” Grote geldbedragen werden alleen uitgegeven aan bijzondere antiquiteiten en tekeningen.

Opwindend ogenblik
Isa’s vader, Christiaan van Eeghen, was een verwoed verzamelaar. Hij erfde van zijn zwager een prachtige collectie topografische tekeningen van Amsterdam, die hij onderzocht en uitbreidde. Na haar vaders dood ging de collectie op Isa over, die voor nieuwe aanwinsten zorgde. Uiteindelijk schonk ze de verzameling aan het Gemeentearchief en financierde ze ook enkele aankopen. Zo gaf ze het archief een blanco cheque om op een veiling de ontbrekende tekeningen uit het dagboek van Christiaan Andriessen – geërfd van haar vader – aan te schaffen. Jaren had haar speurtocht naar de ontbrekende tekeningen geduurd, tot ze opdoken op een veiling. Zij vond het “een van de opwindendste ogenblikken” uit haar leven.
Van Eeghens eigen soberheid was legendarisch. Zo kon ze weken in dezelfde kleren lopen, “te lui om zelfs maar over kleding na te denken”. Voor haar waaiers echter had ze wél geld over. Daarin maakte zich de echte verzamelaarster kenbaar.
Het begin van haar collectie ligt in 1951, toen zij een historische waaier kocht voor slechts één gulden. Op dat moment was zij bezig aan een artikel over de Amsterdamse waaiermakers, die hier van 1682 tot 1832 werkzaam waren. Tot die tijd had zij naar eigen zeggen nooit een antieke waaier in handen gehad. Maar de kunsthistoricus J.Q. van Regteren Altena, die wist van haar waaiermakersonderzoek, attendeerde haar op een waaier die bij een uitdrager te koop lag. “Beleefdheid gebood mij om erheen te gaan.” Zo begon het. Een dag later kocht ze al haar tweede waaier, voor 3,50 gulden, de vroegste Hollandse kerkwaaier die haar verzameling kent.
Aanvankelijk beperkte Van Eeghen zich tot waaiers uit de periode 1682-1832, veelal met Bijbelse en mythologische voorstellingen. Na onderzoek bleek echter haar eerste waaier niet 18de-eeuws, maar laat 19de-eeuws te zijn. Algauw kocht zij ook latere exemplaren om de verschillen in geïmiteerde stijlen te leren kennen. Sindsdien verzamelde ze waaiers uit elke tijd.

Obsessie
Van Eeghen kocht op veilingen en bij antiquairs in Amsterdam, Londen en Parijs. De verzameling groeide uit tot een rijke en uiteenlopende collectie van ruim duizend waaiers. Ze beschouwde de waaiers als echte studieobjecten. Andere waaierverzamelaars – zoals de Amsterdammer Felix Tal – richtten een kamer, vitrine of toonkast in met de topstukken. Dit was niet de manier waarop Van Eeghen met haar waaiers omging. Het was niet het elegante, vrouwelijke wat haar in het object aantrok of de esthetische of kunsthistorische waarde, maar eerder de historische informatie rond de waaier. In haar huis op de Prinsengracht lagen ze, doorgaans gesloten, her en der verspreid. De waaiers waar ze op dat moment onderzoek naar deed, lagen echter opengespreid op of rond de tafel. Een slechte staat van een waaier was geen reden deze niet aan te schaffen, de historische waarde bleef immers gelijk.
Van Eeghen volgde nauwgezet alle publicaties en tentoonstellingen over waaiers in binnen- en buitenland. Ook onderhield ze nauwe contacten met de in 1975 opgerichte Londense Fan Circle, die zowel Engelse als buitenlandse leden had. Niettemin vond zij het ook na vele jaren verzamelen nog moeilijk te zeggen of een waaier Nederlands of buitenlands was. In alle aspecten was zij geïnteresseerd. Zo onderzocht ze het gebruik van de waaier in Amsterdamse kerken en de gang van zaken in een waaierfabriek. Hoewel verschillende van haar eigen waaiers in haar artikelen terugkomen, is het merendeel nooit door haar beschreven of gedocumenteerd.
Het verzamelen van nieuwe waaiers werd in de loop der jaren bijna een obsessie. Naast waaiers werden ook waaierbladen, prenten en afbeeldingen met waaierende dames aan de verzameling toegevoegd, en zelfs kaarten, asbakken en sieraden in waaiervorm. Niet alleen Van Eeghen zelf kocht waaiers voor haar collectie, ook familie, vrienden en kennissen brachten waaiers uit alle windstreken voor haar mee. Als gevolg daarvan is de verzameling zo divers dat het moeilijk is een indeling te geven. Elk exemplaar had voor de verzamelaarster iets bijzonders. Hier lichten wij er drie opvallende uit (zie ook de afbeeldingen).

Reclamewaaier
Een van de 18de-eeuwse waaiers is afkomstig uit de familie Van Eeghen. Ze was bestemd voor een bijzondere gelegenheid: een huwelijk. Huwelijkswaaiers, versierd met allerlei symbolen van liefde en echtelijke trouw, waren een geliefd bezit en zijn daarom relatief vaak bewaard gebleven. Op 21 augustus 1781 trouwden twee van Isa’s voorouders, de doopsgezinde Christiaan van Eeghen en Catharina Fock, in Amstelveen. De fraaie waaier met blad gewijd aan Eros zal daar veel bewondering hebben gewekt.
Een van de oudste waaiers uit de verzameling is een uit China afkomstig exemplaar van ivoor, beschilderd met rode lak en goudverf uit ongeveer 1700, waarop een hanengevecht staat afgebeeld. De toeschouwers zijn kennelijk westerlingen, dus de waaier zal zijn bedoeld voor de Europese markt.
Een geheel ander soort waaier is de reclame- en souvenirwaaier. Deze waaier deed zijn intrede in de 19de eeuw naar aanleiding van de wereldtentoonstellingen, de uitbreiding van het spoorwegennet, het toerisme, sportevenementen en de opening van grote warenhuizen. Een mooi voorbeeld is die van Galeries Lafayette in Parijs, in 1926 ontworpen door Gabriel Ferro. Op de voorzijde staat een vrouw met een spiegel in de hand, op de achterzijde een vrouw in avondjapon en een reclametekst van het warenhuis.
Nog tijdens haar leven gaf Van Eeghen te kennen dat de waaierverzameling na haar overlijden moest worden geschonken aan het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Ze had al geld gestort op de rekening van het KOG voor een waaier-restauratiefonds. In 1997, een jaar na haar dood, is een waaiercommissie ingesteld die zich bezighoudt met het inventariseren en beschrijven van de collectie. Inmiddels wordt een deel van de verzameling schoongemaakt, gerestaureerd en gedigitaliseerd. Daardoor kunnen ook toekomstige generaties van het resultaat van Van Eeghens verzameldrift blijven genieten.

Tekst: Annemarie den Dekker
Oktober 2008


Koninklijk Oudheidkundig Genootschap 150 jaar
In 1858 richtten enkele vooraanstaande Amsterdammers het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap (KOG) op, met als doel de bevordering van ‘de kennis der oudheden’. Daaronder verstond men niet de Griekse en Romeinse cultuur, maar het culturele erfgoed van de eigen voorouders vanaf ongeveer de 16de eeuw. Men wilde een collectie bijeenbrengen en publiek tentoonstellen. Tegenwoordig beschikt het KOG over 35.000 objecten, waarvan enkele duizenden in bruikleen zijn gegeven aan met name het Rijksmuseum en het Amsterdams Historisch Museum.
Een bijzondere KOG-collectie is de ‘Atlas zeden en gewoonten’, bestaande uit duizenden tekeningen, documenten en boeken over het dagelijks leven. Onderdeel hiervan is het getekende dagboek van Christiaan Andriessen, dat een jaar lang een rubriek in dit blad vult. Vermeldenswaard is ook de ‘Atlas Amsterdam’, bestaande uit talloze (vooral 18de- en 19de-eeuwse) topografische tekeningen, stadsprofielen, plattegronden, bouwtekeningen, nieuwjaarswensen, pamfletten en nog veel meer. Op www.kog.nu staat het hele jubileumprogramma.

Powered by JReviews