Joan Blaeu Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juli 03, 2014    
2898   0   0   0   0   0

De Russische tsaar, de Japanse shogun en de koning van Zweden kochten zijn kostbare atlassen en globes. Gewone lieden, bedevaartgangers en varensgasten zijn bijbels en zeemansgidsen. Briljant als uitgever, was Joan Blaeu ook een slimme ondernemer. Rijkdom en een zetel in de vroedschap vielen hem toe. Kort voor zijn dood ging het helemaal mis.

Een bezoek aan 17de-eeuws Amsterdam was niet compleet zonder te grasduinen in de winkel van Blaeu. De Vergulde Sonnewyser was strategisch gevestigd aan het drukke Damrak, op de hoek van de Mandenmakerssteeg. De winkel annex drukkerij-uitgeverij was opgericht door kaart- en instrumentmaker Willem Jansz Blaeu (1571-1638). Willem Jansz – de naam Blaeu zou hij pas later aannemen – was geboren in Alkmaar. Als jonge man was hij een weinig succesvolle haringhandelaar, die zich liever met wiskundige vraagstukken bezighield. Om verder te komen in de astronomie vertrok hij naar het eiland Hven in de Sont, waar de Deense edelman Tycho Brahe observatoria had ingericht voor de bestudering van hemellichamen. Willem Jansz kreeg er een gedegen opleiding tot wiskundige, astronoom en instrumentenmaker.
Na zijn leertraject bij Tycho Brahe vestigde Willem Jansz zich opnieuw in zijn geboortestad Alkmaar, waar hij trouwde. Enkele jaren later verhuisde het echtpaar naar booming Amsterdam, waar de aan hen verwante familie Hooft in het stadsbestuur zat. Hier verdiende hij de kost met het maken van instrumenten, globes en kaarten, die hij vanuit de Vergulde Sonnewyser verkocht aan zeelieden en geleerden. Als vaste leverancier van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) maakte hij de kaarten die schippers meenamen op hun verre zeereizen. Op hun beurt leverden de zeelieden actuele geografische informatie waarmee hij zijn kaarten up-to-date kon houden. In de winkel verkocht Blaeu ook literatuur, Latijnse klassiekers, wiskundige werken en katholieke boeken. Die laatste werden in het gereformeerde Holland dikwijls voorzien van een vals uitgeefadres.

Slimme ondernemer
Zoon Joan zette het bedrijf voort na het overlijden van Willem Jansz Blaeu in 1638. Hij had een geheel andere opleiding genoten dan zijn vader. Net als veel regentenzonen behaalde hij een graad in de rechten in Leiden en maakte hij een grand tour door Europa. Praktijkervaring in het drukkersvak had Joan opgedaan in de firma van zijn vader, die hem ook meenam naar de befaamde boekenmarkt in Frankfurt. Onder zijn bewind opende een nieuwe Blaeu-drukkerij in een groot pand op de hoek van de Bloemgracht en de Derde Leliedwarsstraat. Hierdoor kon de boekproductie aanzienlijk toenemen. Het Blaeu-fonds bleef breed en gevarieerd, maar de nadruk kwam sterker te liggen op onverbiddelijke bestsellers: veel contemporaine verdween van de schappen, want bijbels voor de buitenlandse, katholieke markt vonden gretiger aftrek. Wiskundige werken of astronomische bespiegelingen maakten steeds minder deel uit van het assortiment.
In cartografisch opzicht was Joan net als zijn vader een slimme ondernemer. Met de productie van ruimhartig geïllustreerde atlassen, stedenboeken en koperen handbeschilderde globes bereikte hij een internationaal publiek van wetenschappers en geïnteresseerde leken, die bereid waren diep in de buidel te tasten. Omdat hij zijn vader was opgevolgd als VOC-kaartmaker, kon ook hij over actuele geografische informatie beschikken. Minder bij de tijd waren de door Joan Blaeu uitgegeven zeemansgidsen. Concurrerende uitgevers namen de productie van de gidsen voor zeelieden gretig over, zodat hij er in 1650 helemaal de brui aan gaf. Nu kon hij zich volledig toeleggen op de productie van kostbare atlassen.
In Joans exclusieve klantenkring bevonden zich dan ook grootheden als de Russische tsaar, de Japanse shogun en de koning van Zweden. Voor een prins van Makassar op het eiland Celebes vervaardigde hij een reusachtige aardglobe met een omtrek van meer dan vier meter – de grootste globe ooit vervaardigd. Een ander pronkstuk was Blaeus meerdelige Atlas Maior, een wereldatlas met zeshonderd kaarten. Met f 450,- voor een ingekleurde versie was het een van de kostbaarste cartografische uitgaven. Klanten lieten er speciale kabinetten voor ontwerpen.

Tien drukpersen
Buitenlandse bezoekers van de winkel aan het Damrak keken hun ogen uit en kochten zich blauw. Zo was de Toscaanse prins Cosimo III de’ Medici tijdens zijn bezoek in de winter van 1667-68 niet uit de winkel weg te slaan. Joans zoon Pieter, die goed Italiaans sprak, gaf de buitenlandse gast een rondleiding door de stad en toonde hem de ateliers van de beroemde schilders. Ook de Parijse geestelijke Claude Joly keek zijn ogen uit in het imperium van Blaeu. In 1646 bezocht hij de Nederlanden in het gevolg van de vrouw van een van de Franse gezanten naar de vredesbesprekingen in Münster, een bezoekje aan de drukkerij op de Bloemgracht, die hij “de fraaiste van Europa” noemt. Het moet een indrukwekkende ervaring zijn geweest voor de Fransman: in de lange ruimte op de benedenverdieping waren tien drukpersen onophoudelijk in gebruik, terwijl in aparte vertrekken lettergieters, correctoren en plaatsnijders werkten. Boven de drukkerij was een magazijn, waar ook werd verkocht. Joly verliet de drukkerij met een kist vol boeken.
De winsten van de firma stak Joan onder meer in handel met de vroegere erfvijand Spanje. Een ander deel van zijn kapitaal belegde hij in grond. De verhuizing van de drukkerij naar de Gravenstraat achter de Nieuwe Kerk, was in 1669 ook een forse investering. Hierin kwamen negen drukpersen, die hij liefkozend de ‘Negen Muzen’ noemde, naar de Griekse godinnen van kunst en wetenschap. Ook privé ging het voorspoedig. De kinderen uit zijn huwelijk met Geertruid Vermeulen trouwden met regentenzonen en -dochters. Zo sloeg zijn oudste zoon Willem een dochter van Willem van Loon en Margaretha Bas aan de haak.

Rampjaar
Zijn zakelijke succes leverde Joan iets op wat vader Willem nooit had bereikt: een zetel in de vroedschap, het overlegorgaan van het stadsbestuur waarbinnen de regentenbaantjes werden verdeeld. Hij kreeg een lucratieve aanstelling als overman van de Handboogdoelen toebedeeld. Verder dan het ambt van schepen, waartoe ook zijn zoon Willem werd benoemd, reikte zijn regentencarrière echter niet. Vermoedelijk joeg hij de overige regenten tegen zich in het harnas vanwege zijn houding tegenover de geslotenheid van de familieregering. Toen Joan zich in 1670 openlijk afvroeg of schepenen en burgemeesters elkaars zwager wel mochten zijn, werd hij bruut afgebekt door burgemeester Gillis Valckenier. Hetzelfde jaar liep Valckenier over naar de Oranjes, na jarenlang op de hand van de raadpensionaris te zijn geweest. Die overstap zou niet veel later ook voor Joan grote gevolgen hebben.
Met het klimmen der jaren had Joan bepaalde taken in de firma Blaeu al overgedragen op zijn nageslacht. In 1662 kreeg zoon Pieter het bewind over de boekwinkel aan het Damrak. Joan bleef wel actief in de uitgeverij. Zo begon hij in 1671 met het drukken van een serie heiligenlevens van Antwerpse jezuïeten. Een jaar later sloeg het noodlot toe. In de nacht van 22 op 23 februari 1672 legde een hevige brand de drukkerij volledig in as. De schade bedroeg f 350.000,-, al zijn er ook lagere schattingen. De voorraad kaarten en boeken in de winkel op het Damrak en het huis op de Bloemgracht bleef namelijk wel behouden.
Sommige Amsterdammers zagen de drukkerijbrand als Gods straf voor het drukken van roomse teksten. Ongetwijfeld verkneukelden zij zich opnieuw toen Joan Blaeu een paar maanden later door een politieke kentering ook zijn plaats in de stadsregering verloor. Tijdens de grootscheepse buitenlandse aanval op de Republiek in de zomer van 1672 werd Willem III tot stadhouder gekozen. Er volgde een zuivering van het Amsterdamse stadsbestuur, waarbij de overgelopen Valckenier hem de namen influisterde van de af te zetten regenten. Ook de hoogbejaarde Joan en zijn zoon Willem moesten het veld ruimen.

Familie-eer
Na het verlies van zijn drukkerij en zijn eervolle regentenambten bleef Joan Blaeu gedesillusioneerd achter. Ruim een jaar later is hij op 28 december 1673 overleden. In het grafschrift in de Westerkerk zinspeelde Vondel, een oude vriend van zijn vader, op zijn gloedvolle verleden:

Hier sluimert Blaeu,
gedrukt van dezen kleinen steen,
Al ’t aertrijk door bekent.
Hoe quam hy aen zijn endt?
De gansche werrelt viel dien grooten man te kleen.

Joans zoons zetten de boekdrukkerij en uitgeverszaak voort, maar er rolden geen grote atlassen meer van de pers. De derde generatie Blaeu hield zich meer bezig met de internationale boekhandel dan met prestigieuze uitgeefprojecten; de glorietijd van de firma lag ver achter hen. Wel veroverde Joan junior een plaats in de vroedschap – de eer van de familie was gered.

Tekst:  MAARTEN HELL IS HISTORICUS.


Powered by JReviews