Frits Portielje Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Juni 22, 2015    
2163   0   0   0   0   0

'Aaps met de apen, leeuws met de leeuwen'

Frits Portielje (1886-1965): Artis' legendarische Inspecteur der Leven Have

'De leeuwen hollen op het hooren van Portieljes auoem naar het hek'

Voor de tv-camera zette hij pardoes een reuzenpad op het hoofd van de presentatrice. Met zijn ogen dicht liet hij blinde kinderen voelen en ruiken aan de dieren. Koningin Wilhelmina sleepte hij mee naar de wisenten. Frits Portielje liet grote en kleine mensen écht met dieren kennismaken. Een betere pleitbezorger kon Artis zich niet wensen.


Veel merkwaardiger had de verslaggever van de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant het in 1940 nog niet meegemaakt. Het ene moment zat hij genoeglijk in de gezellige werkkamer van de Inspecteur der Levende Have van Artis, het andere moment stond hij buiten terwijl een antilope aan zijn notitieblokje knabbelde en een kameel hem vriendschappelijk in de hals likte. Frits Portielje – die inspecteur – hield het interview liever tussen de beesten, want dáár ging het tenslotte om. Niet voor niets stond hij bekend als de 'apostel van de dieren'.
Met zijn geestdriftige zendingswerk was Portielje niet alleen een pionier in het wetenschappelijk onderzoek naar dierengedrag, hij bereikte er vooral ook honderdduizenden 'gewone' Nederlanders mee. Onvermoeibaar trok hij door het land om voordrachten te houden, schreef hij talloze artikelen en boeken en hield hij praatjes voor de AVRO-radio onder de titel Welk dier deze week? Volgens de directeur van die omroep hadden zijn causerieën de grootste luisterdichtheid – op de voetbalreportages na dan. En ook dat nieuwe medium – de televisie – benutte hij: in 1951 zette hij een grote pad op het hoofd van omroepster Netty Rosenfeld. Zij had het er benauwd van.

[tk] Taal der dieren
Maar bovenal befaamd waren de door hem geïntroduceerde rondleidingen door Artis. Een dergelijke belevenis viel ook de Zwolse verslaggever ten deel. Samen met Portielje wandelde hij langs de leeuwen, de ezels en de kamelen en overal sprak de Artis-inspecteur de dieren in hun eigen taal toe. "Hij loeit als een stier, gromt als een leeuw die het naar zijn zin heeft en maakt de bekende typische geluidjes van de apen." Daarmee deed Portielje naar eigen zeggen een beroep op het sociaal gevoel van de dieren, want "dan zullen zij mij ook zoo vriendschappelijk mogelijk tegemoet komen." En dat gebeurde ook. "De massale stier met zijn geweldige horens reageert er prompt op en komt met de kop zwaaiende op ons af en de uit Abessinië geïmporteerde leeuwen hollen op het hooren van Portieljes 'auoem' naar het hek, geven aanhalig kopjes aan de tralies en laten zich over de kop aaien."
Zelfs Faroe de neushoorn, volgens een andere verslaggever (De Tijd) wegens zijn slechtziendheid "bekrompen en onheusch tegen alles wat hem vreemd is," duldde Portielje bij zich in het hok. "Zoodra hij zijn stem hoort, spitsen zich de kleine ooren." En ook "de grote Condor, de gier van de Andes, die een donsjong te verzorgen heeft, draait het imposante hoofd om en geeft blijken van herkenning."
Of het nu volwassenen, schoolkinderen of gehandicapten waren, Portielje aarzelde niet zijn toehoorders daadwerkelijk in contact te brengen met de dieren. Hij liet ze ruiken en voelen en joeg ze soms de stuipen op het lijf met een onverwachte schreeuw of onverhoedse beweging, alleen maar om duidelijk te maken waarvan dieren kunnen schrikken.

Enthousiaste jongeling
'Meneer Portielje van Artis' werd hij liefkozend genoemd en ook bij collega's maakten zijn omgang met dieren en publiek indruk. Zo schreef de etholoog (gedragsbioloog) Adriaan Kortlandt over hem: "Hij leefde zich zozeer in de rol van het desbetreffende dier in, dat hij vaak zelf de rol van dit dier ging spelen, of met het dier ging meespelen, of de toehoorder de rol van het dier liet vervullen, teneinde aldus de relatie tussen mens en dier te demonstreren. Zo was hij aaps met de apen, leeuws met de leeuwen, kinderlijk (maar niet kinderachtig!) met de kinderen en menselijk jegens zijn medemensen. Hij kon zelfs blind zijn met de blinden." Bij zijn overlijden schreef De Telegraaf dat "een van de populairste mannen van zijn tijd" was heengegaan.
Dat Anton Frederik Johan (Frits) Portielje het boegbeeld van Artis zou worden lag niet direct in de lijn der verwachtingen. Hij werd geboren op 8 maart 1886. Zijn ouders hadden een drukkerij aan het Spui en thuis was het een genoeglijke bedoening. De zondagse wandelingen van het gezin voerden vaak naar Artis. Dat wakkerde zijn belangstelling voor dieren aan, maar een studie biologie zat er niet in. De befaamde hoogleraar plantkunde en directeur van de Hortus Botanicus professor Hugo de Vries raadde hem dat af. "Biologie is een luxe-vak", zei hij, "daar kun je geen droog brood in verdienen." Dus ging Portielje na de HBS als rechtbankverslaggever aan de slag bij Het Nieuwsblad voor Nederland.
Maar de dieren lieten hem niet los. Net als zijn voorbeelden Eli Heimans en Jac. P. Thijsse vond ook Portielje dat de natuur het best in de natuur kon worden beleefd en niet in het klaslokaal. Hij schreef er enkele artikelen over die Artis-directeur Coenraad Kerbert onder ogen kreeg. Er volgde een sollicitatiegesprek en de bevlogenheid van de enthousiaste jongeling deed de rest. Op twintigjarige leeftijd werd hij aangesteld als assistent biologie. Door de indrukwekkende dierenkennis die hij opbouwde, volgde vijf jaar later de promotie tot Inspecteur der Levende Have.

Bange roerdomp
Portielje wilde niets liever dan de dieren en hun gedrag begrijpen, in zijn tijd een nog nauwelijks ontgonnen terrein. "De dier-psychologie is daarom zoo belangrijk", zei hij in een interview, "omdat zij voor de studie van de menschelijke psychologie zooveel sleutels geeft." Hij vond in Artis een prachtige proeftuin voor zijn vaak baanbrekende observaties van bijvoorbeeld voortplantingsgedrag bij vogels en zijn originele en inventieve wetenschappelijke experimenten.
Zo was hij een van de eersten die de 'spiegelproef' bedacht en uitvoerde. Hij ontdekte dat een gewone aap weliswaar met grote belangstelling naar zijn eigen spiegelbeeld kijkt, maar daarin zichzelf niet herkent. Bij orang-oetan Nico ging het anders. Nico bekeek eerst zijn vooraangezicht, om daarna zijn achterste en vervolgens een broodkorst met belangstelling in de spiegel te bestuderen. Hij bleek dus in staat het gebruik van een spiegel te vatten en was zich ervan bewust dat hij naar zichzelf keek. Andere onderzoekers schonken pas jaren later aandacht aan dit fenomeen.
Vernieuwend was ook Portieljes gebruik van modellen om het instinct van het dier te onderzoeken. Het was hem bijvoorbeeld opgevallen dat de roerdomp bij hardnekkig gevaar altijd naar de ogen van zijn tegenstander pikt. Om zijn observatie te testen, knipte de altijd nieuwsgierige Artis-man uit karton een hoofd en een romp, waarop hij willekeurig een paar nepogen kon vastplakken. Zo kwam hij erachter dat de roerdomp niet naar de ogen uithaalt, maar naar de bovenste helft van zijn vijand. En hij ontdekte nog iets anders. Tijdens zijn dagelijkse wandelingen vanuit de dienstwoning aan de Plantage Middenlaan 49 (Huize Welgelegen) namen de roerdompen voortaan de benen als ze hun 'belager' zagen aankomen.

Pionierswerk
Met dergelijk onderzoek beïnvloedde Portielje jongere ethologen die later internationaal naam zouden maken, zoals Adriaan Kortlandt en Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen, met wie hij goede contacten onderhield. De laatste vond zijn interpretaties wel wat subjectief. Want zijn pionierswerk, zoals een journalist van Het Vrije Volk het omschreef, bevatte ook "een beetje Georg Hegel en Gerard Bolland", filosofen door wie Portielje naar eigen zeggen had leren denken. Bestuderen was voor hem niet voldoende, hij wilde ook aanvoelen en verklaren. Desalniettemin was Tinbergen onder de indruk van zijn uitzonderlijke kennis van en omgang met dieren. Bovendien was de charismatische Artis-inspecteur, die zo vriendelijk uit zijn helderblauwe ogen keek, een warme en genereuze gesprekspartner, met wie het levendig discussiëren was. Portieljes wetenschappelijke gedragsstudies culmineerde in 1938 in Dieren zien en leeren kennen: een bijdrage tot de kennis van het driftleven en tot de ontwikkeling van het instinctbegrip, waarvoor de Gemeente Universiteit hem in 1946 een eredoctoraat verleende. Dat jaar benoemde Artis hem ook tot hoofd van de Voorlichtingsdienst.
Alle ruimte kreeg Portielje van Kerbert en diens opvolger Armand Sunier voor zijn wetenschappelijke pionierswerk. Maar hij was vooral aangetrokken om de dierentuin meer bekendheid te geven. En dat was hard nodig ook. Ten tijde van Portielje veranderde Artis van een besloten park voor leden tot dierentuin van heel Nederland. Om die reden – en ook voor het welzijn van de dieren – konden de dierenverblijven wel een opknapbeurt gebruiken. In 1922 metselde Portielje eigenhandig mee aan de nieuwe uilenruïne; het oude uilenterras bestond volgens hem uit "benauwend-enge hokken" die medelijden met de dieren opwekten. Hij ging er zo in op, dat mevrouw Portielje (Coosje Scholten, met wie hij in 1912 was getrouwd) zich 's avonds door de dierentuin spoedde met een bordje soep.

Koninklijke Artisles
In 1925 verscheen het eerste van de vijf Verkade-albums, die hij samen met zijn vrouw schreef. Mijn aquarium was een groot succes en leidde tot een toename van het aantal aquaria in Nederlandse huishoudens: veel mensen wilden het door Portielje beschreven voortplantingsgedrag van het stekelbaarsje ook wel eens bekijken.
Een betere pleitbezorger kon Artis zich niet wensen. Directeur Sunier zag het met grote waardering. Hij schreef dat de tuin zonder de propaganda van Portielje de crisisperiode in de jaren dertig "zeker niet doorgekomen [zou] zijn." Diens goede contacten met bijvoorbeeld koekjesgigant Verkade leidde in 1939 ook tot een nieuwe attractie: de kinderboerderij, een uitstekende plek voor het jonge volkje om dieren beter te leren begrijpen. En daar deed Portielje het allemaal voor. Want onkunde kon tot een hoop misverstand en narigheid en zelfs uitroeiing van diersoorten leiden.
Daarom was hij ook zo blij met de publiciteitsfilms die H.C. Verkruysen op zijn aanwijzingen tussen 1936 en 1940 over Artis maakte. Tijdens de 'Artisles' kregen kinderen van Amsterdamse scholen die te zien, waarna een rondleiding door de tuin volgde. Zijn rondleidingen werden razend populair onder kinderen én volwassenen. Ook het koninklijk huis onderwierp zich regelmatig aan het enthousiasme van de Inspecteur der Leven Have. Toen koningin Wilhelmina eens aangaf dat het zo zoetjesaan tijd werd om te vertrekken, wilde hij daar niets van weten. Ze had de wisenten nog niet eens gezien. En dus toog Wilhelmina naar de wisenten.

Afscheid
In 1951 schreef De Telegraaf dat het pensioen van Portielje eraan zat te komen. "Men moet er niet aan denken. Portielje is Artis." Een jaar later was het zover. Met een grootste huldiging, die onder de titel De dieren van Artis nemen afscheid van dr. Portielje te zien was, vertrok hij naar de rust van Bennebroek. Kniezen deed hij daar geenszins. Portielje bleef een bezige baas en kwam nog regelmatig in Artis, de tuin waaraan hij, zo zei hij zelf, alles te danken had.
Het Vrije Volk zocht hem daar nog eens op en trof een blozende Portielje aan met nog wel wat wensen. Zo hoopte hij dat de mensen ophielden hem brieven te sturen voor gratis dierenadvies. Zelfs Paleis Het Loo had hem wel eens ontboden voor de zieke papegaai van prinses Juliana. Maar het baarde hem vooral zorgen dat er nog "een afgrond van onbegrip te dempen" was. "Men moet het dier niet vermenselijken, maar het dier is ook geen automaat die alleen maar domweg op bepaalde prikkels reageert." Hij was blij dat het dankzij hem was doorgedrongen dat ook dieren in gevangenschap bestudeerd konden worden. Zijn eigen behoefte aan kennis was nog lang niet bevredigd. "We weten eigenlijk zo weinig. Wat is een dier? We moeten blijven zoeken, kijken en denken!"
Frits Portielje overleed op 20 februari 1965.

MARCELLA VAN DER WEG IS JOURNALISTE.

Powered by JReviews