De geur van de Noord/Zuidlijn

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     Oktober 16, 2018    
151   0   0   0   0   0

De geur van de metro. Parijs: een natte hond. Berlijn: nog niet uitgedoofd bleekmiddel. London: stilstaand water. De Oostlijn van Amsterdam: zomerzweet. Om de geur van de Noord/Zuid-metro op te snuiven en de nieuwe lijn te inspecteren, nam ik een paar weken na de opening vrienden uit Parijs mee. Parisiens zijn ervaringsdeskundigen bij uitstek, dankzij hun metronetwerk van 219 kilometer lang en 302 stations. Mijn vrienden lachten om mijn chauvinisme. Eindelijk – deze Noord/Zuidlijn heeft grandeur, de diepe afdaling in de zogenaamde Kathedraal op station CS is imposant. En de geur: sandelhout.

Met enige gêne vertelde ik hoe mijn vader ten tijde van de discussies over de aanleg van de Oostlijn op een keer bij het zondagochtendontbijt in 1974 een alternatief plan ontvouwde. Er moest een sneltram komen vanaf het Weesperplein en bewoners van de Bijlmer boven de 65 hadden recht op een kortingskaart op de taxi: een ritje zou hun f 5,- kosten. Op een papieren servet rekende hij voor dat de kosten ervan makkelijk konden opwegen tegen de krankzinnig dure exploitatie van het "Oostlijntje". Buitenshuis deed hij dat vervolgens iedere keer als hij de gelegenheid zag.
Ik trakteerde mijn Franse vrienden in het Noord-Zuid Hollandsch Koffiehuis op een biertje. Ze vroegen hoe ons Amsterdamse ringstelseltje eigenlijk in elkaar zat, nu, 44 jaar na de huiselijke lancering van 'Het Plan' van de Amsterdammer Edwin R. Wederom was een papieren servetje behulpzaam. Amsterdam schetste ik als een mandarijn, die uit zeven parten, zeven grote wijken bestaat. Als een soort baron Hausmann leek de toenmalige wethouder van dienst, Han Lammers, in 1974 onverstoorbaar bij het doorzetten van de sloop van een stukje oostelijk centrum voor de Oostlijn. George-Eugéne baron Hausmann had een ruime eeuw eerder Parijs gesaneerd, door de aanleg van twaalf brede boulevards, die in stervorm de stad ontsloten en een einde maakten aan de kronkelige paardenstegen.
Lammers was nog bescheiden in vergelijking met de machtige wethouder uit de jaren zestig Joop den Uyl. Die wilde Amsterdam uitbreiden tot een metropool voor anderhalf miljoen inwoners, wat neerkwam op drastische ingrepen in de oude wijken. Het was dat hij in 1965 tot minister van Economische Zaken werd benoemd, anders zou Amsterdam ernstig gehavend uit Den Uyls grootschalige aanpak tevoorschijn zijn gekomen. Een soort variant van het koude en betonnen Milaan: de Wibautstraat en de Weesperstraat zijn daar voorbeelden van.
Op het servetje wees mijn rechterwijsvinger naar het mandarijnenpartje aan de westelijke kant van de stad. De ring loopt hier niet rond. Bij de Isolatorweg is het uit met de metropret. Fransen begrijpen dat niet: die denken in Grand Projets. Mocht Sharon Dijkstra lang aanblijven als wethouder, dan kan ze het klaren: in 2040 een ringlijn die aansluit op station CS.

Powered by JReviews