Hier gebeurde het... Marnixstraat, juli 1917 Opmerkelijk

Geschreven door Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.     April 22, 2011    
4397   0   0   0   0   0

Opstand tegen de aardappelschaarste

Op maandagmiddag 2 juli 1917 waren het nog bloemkolen, maar diezelfde avond vlogen de kogels rond op de groentemarkt in de Marnixstraat. Hier escaleerden de ongeregeldheden die zich al een paar dagen afspeelden als gevolg van de nijpende voedselschaarste. Vooral aan aardappelen heerste groot gebrek en in de volksbuurten waren vrouwen overgegaan tot het belagen en plunderen van winkels en opslagplaatsen. Het werd een bloedige week, die de geschiedenis inging als het ‘Aardappeloproer’. Er vielen in Amsterdam liefst 10 doden en 114 mensen raakten ernstig gewond.

“Schiet maar op, het zijn toch losse flodders,” riepen de woedende mannen en vrouwen volgens het dagrapport van politiebureau Lauriergracht. De vrouwen zwaaiden met stukken hout en de mannen dreigden met messen. Zo begon het omstreeks half vier in de middag van 2 juli in de Marnixstraat uit de hand te lopen. De wanhoop over het gebrek aan levensmiddelen was in het voorjaar van 1917 bij de armste bevolkingsgroepen al hoog opgelopen. Al vanaf 1916 werden Nederlanders dagelijks geconfronteerd met voedselschaarste en -distributie. De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog kwamen ook hier hard aan doordat de aanvoer van levensmiddelen over zee werd gehinderd en producten van eigen bodem – zoals aardappelen - werden vaak geëxporteerd naar de oorlogvoerende landen. In het voorjaar van 1917 werd tot overmaat van ramp duidelijk dat de aardappeloogst ook nog eens tegenviel. Eind juni sloeg op verschillende plaatsen in het land de vlam in de pan.

In Amsterdam begon het op vrijdag 28 juni met de plundering van een schuit met aardappelen op de Prinsengracht ter hoogte van de Prinsenstraat. De daaropvolgende dagen kwam het in verschillende wijken tot oploopjes. Vrouwen namen meestal het voortouw bij de acties. Er werd geplunderd, maar het kwam ook voor dat groentehandelaren werden gedwongen de voorraad die ze nog hadden te verkopen. Op het spoorwegemplacement de Rietlanden ging zelfs de politie op zaterdag 30 juni over tot een geïmproviseerde verkoop van de inhoud van een paar treinwagons met aardappelen. Als we de dagrapporten van verschillende politiebureaus uit die dagen lezen, krijgen we de indruk dat er bij sommige handelaren, politieagenten en voor ordehandhaving ingezette militairen ook wel begrip was voor de volkswoede. De hoeveelheid aardappelen die boven water kwam zal bij veel Amsterdammers het idee hebben versterkt dat er wel degelijk aardappelen wáren, maar dat het volk ze gewoon niet kréég.

'Een anstig gegil'

De gemoederen waren dus al hoog opgelopen toen in de voormiddag van 2 juli een menigte ontevredenen naar de Dam toog voor een protestbijeenkomst tegen de voedselschaarste. Ze werden toegesproken door David Wijnkoop, de leider van de Sociaal-Democratische Partij (SDP). Na afloop trok een grote groep demonstranten van de Dam via de Rozengracht naar de groentemarkt, omdat bekend was dat daar aardappelen waren. De groentemarkt was destijds op de Marnixstraat, tussen Rozengracht en Passeerdersgracht (onder andere waar nu het busstation, de bezinepomp en de parkeergarage zijn). De politie had de markt afgezet, maar omstreeks half vier begon de menigte steeds verder op te dringen. Een agent loste een schot in de lucht, er werd gebruik gemaakt van de sabel… maar er was geen houden aan.

Op verschillende plaatsen moest de afzetting van de politie wijken. Een opslagloods werd opengebroken en men drong op naar aangemeerde schuiten. Een verslaggever van één van de avondbladen was erbij: “De bloemkolen vlogen door de lucht en de vrouwen spoedden zich er mede weg. Nog steeds meer kwamen er opdagen, totdat enige politieruiters verschenen (…). Plotseling hoorde men een angstig gegil; een vrouw die van de ene schuit op de andere wilde springen, deed een misstap en kwam in het water terecht. Met veel moeite werd zij daaruit opgehaald, een grote bloemkool nog in haar handen geklemd. Inmiddels kwam verdere politieversterking opdagen en werd het terrein schoongeveegd. De vrouw die in het water was gevallen, werd nog druipende van het water op een handkar weggereden. Nog altijd klemde zij de bloemkool in haar armen.” Behalve bloemkolen werden onder andere aardappelen en kroppen sla buitgemaakt. Soms moest de groente op sommatie van de politie weer worden afgegeven.

De politie wist het plunderen op het ene gedeelte van de markt te stoppen, maar dan laaide het ergens anders weer op. Zo ging het een paar uur door. Zowel de politie als de belagers van de markt kregen versterking en omstreeks negen uur ’s avonds begon het op de Elandsgracht écht ernst te worden. Volgens hoofdinspecteur Schaafsma van Bureau Lauriergracht drong het publiek rond de schemering steeds meer op. Er werd met stenen gegooid. Charges van de politie haalden weinig uit en daarom liet de verantwoordelijke inspecteur volgens het dagrapport een aantal schoten in de lucht afvuren. Toen dat ook niet hielp riep hij de hulp in van militairen, die inmiddels ook ter plaatse waren. De militairen gaven een paar salvo’s in de lucht, maar de stenengooiers weken nog steeds niet. Er werden straatstenen losgemaakt, straatverlichting en winkelruiten werden vernield en een sigarenwinkel op de Elandsgracht werd volledig geplunderd. Daarop werden door de militairen “herhaalde malen (…) salvo’s met wachtpatronen op het publiek gelost” (wachtpatronen hebben een relatief lichte lading, red.). Pas toen werd het rustig, maar politieagenten schermden de markt de hele nacht af. Het aantal dodelijke slachtoffers op de Elandsgracht werd door de politie geschat op drie tot vier. En ook bij ongeregeldheden op de Oostelijke Handelskade en bij het rangeerterrein op de Rietlanden waren die dag doden gevallen. Bij de Rietlanden hadden militairen overigens ook geweigerd om op burgers te schieten.

Botsingen met het gezag

In de dagen de volgden werden door de politie verschillende confrontaties en incidenten in de stad gemeld. Buitengewoon ernstig waren de schietpartijen op donderdag 5 juli op en rond het Haarlemmerplein. Daarbij ging het inmiddels vooral om botsingen tussen het gezag en arbeiders, die in de loop van de week massaal gehoor hadden geven aan een oproep tot algemene staking van enkele linkse revolutionaire organisaties. Halverwege de week waren zo’n 10.000 tot 20.000 arbeiders in Amsterdam en omgeving in staking.

Het is opvallend hoe snel het spontane volksoproer in deze bloedige juliweek wegebde, toen de aardappelvoorziening weer op gang kwam. Al op 8 juli had de Amsterdamse politie geen bijzonderheden over de situatie in de stad meer te melden en twee dagen later kon het dossier over de “jongste onlusten” worden gesloten.

Tekst: Marius van Melle en Niels Wisman

November-December 2005

Powered by JReviews