Nummer 6: Juni 2009 - Anna Paulowna en Amsterdam

Anna Paulowna en Amsterdam
Russische grootvorstin wilde in Amsterdam begraven worden
Tekst: Marcella van der Weg
062009_AnnaOp 20 juni gaat in het voormalige verpleeghuis Amstelhof de Hermitage open, de Amsterdamse dependance van het wereldberoemde gelijknamige kunstmuseum in Sint Petersburg. De eerste tentoonstelling heet Aan het Russische hof – Paleis en protocol in de 19de eeuw. Een mooi moment om het bewogen leven van tsarendochter Anna Paulowna te belichten. Zij moest het Russische hof juist verlaten om in 1816 te trouwen met de latere koning Willem II. Amsterdam hield meer van haar dan andersom – maar toch had zij er begraven willen worden.
Ze was het Russische hofleven van de Romanovs gewend en daar stak het Nederlandse wat karig bij af. Maar als echtgenote van de (kroon)prins van Oranje, de latere Willem II, moest Anna Paulowna het ermee doen. Aanvankelijk viel het nog mee. De eerste jaren vertoefden ze veel in Brussel, een stad met meer hoofse zwier dan Holland. Na de afscheiding van België moest Anna echter genoegen nemen met het ‘provinciaalse’ Den Haag. En zo nu en dan met Amsterdam, waar haar meestal een druk programma van ontvangsten, partijen, voorstellingen en ‘werkbezoeken’ aan liefdadige instellingen te wachten stond.
In 1814 lagen de Russen hier goed in de markt: in Rusland was immers de ondergang begonnen van Napoleons schijnbaar onoverwinnelijke ‘Grande Armée’. Toen tsaar Alexander I dat jaar Nederland aandeed, werd hij dan ook met groot enthousiasme ontvangen, zowel door het volk als Willem Frederik, op dat moment slechts soeverein vorst van een verarmd Nederland. (Pas een jaar later mocht hij zich koning Willem I noemen.) Alexander zocht een echtgenoot voor zijn zuster Anna.
Zij had al aardig wat kandidaten afgewezen, waaronder keizer Napoleon. Maar Willems elegante oudste zoon (zelf net geweigerd door de Engelse prinses Charlotte) viel in de smaak bij de Romanovs. En voor de Oranjes was Anna een goede partij, zo liet Anna zelf graag blijken - zíj was tenslotte de dochter van een keizer en grootvorstin van Rusland. Dat kon Willem haar niet nazeggen, hoewel zijn positie in 1815 wel verbeterd was. Zijn vader was inmiddels koning der Nederlanden en hijzelf had in de slag bij Waterloo heldhaftig zijn mannetje gestaan. Dáár werd dan ook in herberg La Belle Alliance getoast op “een schoon verbond van staten en familiën”; Anna kreeg een “jonge held op een steigerend ros”.
Het huwelijk werd op 21 februari 1816 ingezegend in de Witte Zaal van het Winterpaleis in Sint Petersburg en volop gevierd. Ook Den Haag pakte flink uit toen het paar een half jaar later in Nederland arriveerde. Amsterdam wilde niet achterblijven en maakte zich op om de “erfgenamen van Neêrlands kroon” een mooi feest aan te bieden dat van 19 tot 26 september 1816 zou duren.
Illuminaties en daverende salvo’s
Anna’s Amsterdamse vuurdoop had behoorlijk wat voeten in de aarde. Het stadsbestuur liet de edelsmeden Diemont en Bennewitz & Bonebakker als huwelijksgeschenk een zilveren tafelservies van 419 delen vervaardigen. Kosten: zo’n ƒ75.000,-. Ook moest de stad worden versierd, te beginnen met een zegeboog bij de Haarlemmerpoort, waar het prinselijk paar de stad zou binnenkomen. Topstuk van de feestelijke architectuur was de ‘tempel van het huwelijksgeluk’ op het huidige Thorbeckeplein, met een ‘altaar der liefde’ en vazen waaruit offervuur en reukwerk opstegen.
Op donderdag 19 september was tegen enen zover. Aangekondigd door uitbundig klokgelui reed het paar in een koets-coupé bespannen met zes schimmels de stad binnen. Onder luid gejuich werd een rijtoer gemaakt, afgesloten met een ‘balkonscène’ op de Dam. Drukke dagen volgden. Tussen ontvangsten en diners en een paleisbal door, waren er op vrijdagavond voor het hele volk “allerluisterrijkste” illuminaties en op dinsdagochtend een grootse zeilpartij op het IJ. Onder daverende salvo’s en omringd door vaartuigjes voer het koninklijk jacht statig heen en weer. Bijzonder, want nog zeldzaam, was de aanwezigheid van een stoomschip uit Rotterdam. Ook aandacht serieuzere zaken kregen aandacht: zo bracht de koninklijke familie een bezoek aan het Diaconie Oude Mannen- en Vrouwenhuis (nu Hermitage Amsterdam!), waar “eenige proeven met de verbeterde verlichting door middel van Gaz” werden getoond.
Anna zal niet ontevreden zijn geweest met het haar bereide welkom, want het was een feest geweest met veel pracht en praal, precies waar ze zo van hield. Maar doorgaans was Brussel in die jaren het sociale middelpunt van de Nederlanden en het prinselijk paar vertoefde er graag. Anna vond dat zij daar als Hare Keizerlijke Majesteit, Grootvorstin van Rusland, beter tot haar recht kwam dan in het sobere, burgerlijke Holland.
Toch moest ze ook in Holland haar gezicht laten zien. Dat ging niet altijd van harte, blijkt uit een vermaning van haar moeder uit Rusland. Die schreef: “Ik smeek je, lieve Annette, erop toe te zien dat je de Hollanders laat zien dat je graag in hun land vertoeft.” Anna kon privé nog wel eens emotioneel reageren, maar was ook verstandig en deed wat ze moest doen. Veel warmte straalde ze misschien niet uit, plichtsgetrouw was ze wel. En loyaal aan haar Willem, ondanks de nodige huwelijksperikelen.
Grieks-Russisch kerkje
Na de Belgische Opstand van 1830 was Brussel voorgoed verleden tijd. Anna beleefde de periode eerst in grote extase – toen Willem militaire successen boekte tijdens de Tiendaagse Veldtocht in 1831 – en vervolgens diepe verslagenheid, nadat de Fransen de Belgen te hulp schoten. Maar de Amsterdammers schaarden zich achter Willem. Op 21 september 1831 schreef ze vanuit het paleis op de Dam aan haar broer tsaar Nicolaas I (die Alexander in 1825 was opgevolgd): “Alles hier ademt geestdrift, de bevolking is hartverwarmend. In alle klassen is men zich diep bewust van wat men aan Willem te danken heeft. Ook ik word op aandoenlijke wijze ontvangen, en het vervult mij met diepe dankbaarheid.” Een paar dagen eerder had Amsterdam de Oranjeprins als een held binnengehaald. Toen hij en Anna per koets de stad binnenreden raakten sommige burgers zo “bedwelmd” van geestdrift, dat ze de paarden van het rijtuig afspanden en zelf de koets naar het paleis trokken.
Naast de dagenlange festiviteiten vond Anna ook tijd voor haar ‘eigen’ kerk, symbool voor haar heimwee naar Rusland. Volgens afspraak kregen haar vijf kinderen een protestantse opvoeding, maar zelf was ze Russisch-orthodox gebleven. Anna had in haar verschillende paleizen ook ‘Russische’ kapellen laten inrichten en in Amsterdam maakte ze nu en dan gebruik van de kleine ‘Griekse-Russische’ kerk, Oudezijds Voorburgwal 91. De kerk bediende (van 1763 tot 1866) een klein aantal Russische en Griekse kooplieden en matrozen en was zeer geholpen met haar bezoeken en geldelijke steun. Op zondagochtend 21 september 1831 vierde de Oranjeprinses hier Willems ‘roemrijke’ overwinningen met een Te Deum. Aan broer Nicolaas beschrijft ze dit bezoek aan “la chapelle fondée par Pierre I, où sera ma tombe.” In 1856 zou ze haar wens om in dit kerkje begraven te worden, nadrukkelijk in het testament zetten.
Geroerd door de troon
In maart 1832 liet Anna zowel in deze kerkruimte een marmeren gedenkteken aanbrengen ter herinnering aan Willems Belgische veldtocht, als in het voorvertrek van het Tsaar Peterhuisje in Zaandam. Bij de geboorte van haar tweede zoon (Alexander) had ze dit huisje cadeau gekregen van haar schoonvader. Anna had het laten restaureren en er was een stenen omhulsel omheen gebouwd.
Omgeven door de mythe dat hier in Zaandam - met het verblijf van Peter de Grote - de Verlichting van Rusland was begonnen, was het huisje inmiddels een kostbare reliek geworden, een opsteker in dagen van gekrenkte nationale trots. Toen Anna zeven jaar later haar neef en toekomstige tsaar Alexander II op bezoek kreeg, gingen tante en oom ook ter bedevaart naar Zaandam. Bij deze gelegenheid stootte Anna haar hoofd aan het lage plafond en de ontstane bult, zo schreef historicus Bruno Naarden, markeerde het hoogtepunt van de ‘Petercultus’ in Nederland.
In 1840 kreeg Anna waar ze zo lang op wachtte: Willem I trad af ten gunste van zijn zoon. Opnieuw was zij samen met haar man het stralende middelpunt van dagenlange festiviteiten in Amsterdam. Sommigen vonden al die pracht en praal wel erg overdadig, maar de belangstelling voor Willems inhuldiging in de Nieuwe Kerk was er niet minder om. De Amsterdamsche Courant schatte dat de bevolking voor die paar dagen meer dan verdubbeld was. Op 28 november, de dag van de inhuldiging, stond de Dam bomvol.
In een brief aan broer Nicolaas beschreef Anna hoe zij die ochtend bewonderend toekeek terwijl in het Dampaleis haar man toilet maakte. Willem droeg een kostuum van donkerblauw fluweel dat langs boord en manchetten met gouden eikenbladeren was geborduurd, het uniform van het vrijwilligerskops dat met hem de Tiendaagse Veldtocht meemaakte. Op zijn hoofd droeg hij zijn legerpet. “Deze eenvoud siert hem, want het toont de man zoals hij is.” Voordat zij als eerste naar de kerk vertrok, omhelsde ze Willem. Even later was ze diep onder de indruk toen ze alleen tegenover de voor hem gereedgemaakte troon stond. “Als god mij niet had gesteund was ik op dat moment ineengezegen, zo diep was ik geroerd.”
Nieuwe status van korte duur
Zelf droeg Anna een kroningskostuum met een overmantel van zilverlaken, daaronder een goudlaken mantel met lange mouwen - beide afgezet met hermelijn - en daaronder weer een zware jurk van zilverlamé. Die laatste was tegen de kou; geen luxe in de onverwarmde kerk met een plechtigheid van drie uur. Maar het was het waard: de hele ceremonie maakte diepe indruk op de kersverse koningin. Evenals de illuminaties later die avond. De Amsterdamsche Courant maakte vooral melding van de ‘gazverlichtingen’, zoals voor het Fransche Koffijhuis in de Kalverstraat, waar gasvlammetjes flonkerden als juwelen.
Maar tussen de feestvierders waren ook zakkenrollers aan het werk en in het hevige gedrang in de Kalverstraat zouden enkele mensen zijn doodgedrukt. De nieuwe koning gelastte een onderzoek gelastte naar de omstandigheden van de nabestaanden. Het bal op het paleis, was overigens gewoon doorgegaan.
Lang genoot Anna niet van haar nieuwe status. In het revolutiejaar 1848 raakte Willem een groot deel van zijn macht kwijt aan het parlement. En dat terwijl het Nederlandse volk zich niet had laten “wegslepen door verleidelijke, maar onhoudbare stelsels van volksregering”, zoals in Parijs en Berlijn. Al was het Amsterdamse stadsbestuur er niet helemaal gerust op, want op 24 maart was het op en rond de Dam erg onrustig geweest. Een paar dragonders en “een aantal kerels uit de heffe des volks” raakten slaags bij de Nieuwendijk, groepjes jongeren trokken schreeuwend door de stad en sloegen ruiten in. Het oproer was aangemoedigd door “een groep communistische Duitse arbeiders (…). Je ziet dat ze overal hun vertakkingen hebben en zich overal van dezelfde middelen bedienen”, schreef Anna aan haar broer.
Een jaar later stierf Willem II en trok Anna zich terug uit de openbaarheid, op paleis Soestdijk. Ze overleed in 1865. Tegen haar wens werd ze niet begraven in Amsterdam, omdat het hofprotocol de koninklijke graftombe in Delft voorschreef. Met het Grieks-Russische kerkje was het daarna snel gedaan: in 1866 ging het dicht en in 1867 werd het huis geveild.