Nummer 4: April 2018

Paradiso-1-installatie

'Sensatie willen wij' 

Het hippietijdperk is voorbij, de jaren tachtig breken aan. Geen lieve vrolijkheid meer. In de stad zijn de krakers- en kroningsrellen, in Paradiso roepen kunstenaars de sfeer van chaos en onverzoenlijkheid op die buiten heerst. Een boos decor van Heras-hekwerk en zwart-rode vlaggen. De Terroristennacht. Valt er nog wat te lachen, misschien? Jawel, als Django Edwards meedoet. 

Heel Paradiso ruikt naar olifantenpoep op 20 december 1980. Midden in de grote zaal staat een houten toren, aan de zijkant een muur van televisietoestellen. Bezoekers klauteren naar binnen door tegen elkaar gereden sloopauto's die tegen de zijingang staan. Graffitikunstenaar Dr. Rat heeft een oude Citroën beschilderd met gele en rode verf, dezelfde kleuren als de poster die overal in Amsterdam hangt: de aankondiging van de Terroristennacht, georganiseerd door Erik Hobijn en de Stads Kunst Guerrilla. Het is de heftigste performance in de geschiedenis van Paradiso.
De Terroristennacht is de derde avond in de reeks Kunstenaarsfeesten waar Paradiso subsidie voor gekregen heeft binnen het Praktijk Onderzoek Beeldende Kunsten (POBK). Een hele mond vol, en dat zit zo: in 1974 heeft het ministerie van CRM (Cultuur, Recreatie, Maatschappelijk Werk) "een onwenselijk isolement" van de kunst en de kunstenaar vastgesteld. Er komt een subsidieregeling waarin het "sociale karakter" en een "teamsgewijze werkwijze" voorop staat. Een stroom aanvragen voor "verbetering van woon- en leefomgeving" of "individuele en maatschappelijke bewustwording" volgt.
De aanvraag van de staf van Paradiso is origineler. Het plan is om verschillende kunstenaars in te schakelen als "ontwerper van een environment": een totale metamorfose van het gebouw, waarbinnen zich vervolgens allerlei "muzikale, theatrale, beeldende festiviteiten" voltrekken. In de aanvraag verwijst Paradiso naar de eeuwenoude traditie om (beeldend) kunstenaars grootse volks- of hoffeesten te laten ontwerpen. De provocerende en ludieke performances van de beginjaren van 1968 tot 1975 blijven ongenoemd. Toen hadden kunstenaars bijvoorbeeld de grote zaal in blauw licht gezet of de Levende Opjekten Sjoo - met blote mensen - gepresenteerd. Die optredens rieken voor de staf misschien te veel naar het voorbije hippietijdperk.

Nieuwjaarsdag
De zieltogende poptempel is in de tweede helft van de jaren zeventig weer opgeleefd door punk. Naast punk, reggae, Nederlandstalige pop en rock-'n-roll staan in die tijd ook thema-avonden op het programma, zoals 'Werken is niet leuk', 'Homo Bevrijdingsdag' en '2000 jaar ellende met het Christendom'. Met de kunstenaarsfeesten wil Paradiso een stapje verder gaan. "Wat wij willen is sensatie, in de goede zin van het woord. Wij willen weer de talk of the town worden", vertelt een van de stafleden aan Benjo Maso en Kees Bruin, de sociologen die door het ministerie aangesteld zijn om de feesten te volgen.
Na een valse start - de eerste kunstenaar zag geen kans om binnen het beschikbare budget van f 45.000,- een avond te verwezenlijken -, bedenkt Walter Barten een installatie die hij het 'anarchistisch labyrint' noemt. Aan een netwerk van touwen en kabels wil hij allerlei objecten hangen, zodat in de loop van de avond een 'verdichting' ontstaat. Barten wordt overvallen door het besluit van de Paradiso-staf om het feest op 1 januari 1980 te houden: de dag van de decenniumwisseling. Daarom vraagt hij de Rietveldstudenten die de objecten gaan maken om de "toenemende chaos, onduidelijkheid en verstoring" van de jaren zeventig tot in het absurde door te trekken.
Er is beeldende kunst en er zijn optredens. Cabaretier Freek de Jonge en de Vlaamse satiricus/schrijver/journalist Johan Anthierens houden nieuwjaarstoespraken "namens Nederland en België". De bezoekers verdringen zich voor een pornofilmpje, gemaakt door een van de Rietveld-studenten, maar de overige objecten maken weinig indruk. "Een interessante mislukking", noteren de sociologen uit de mond van Barten. "Maar ik moet nog zien of anderen het beter doen."

Heras-hekwerk
Paradiso heeft een vrij sturende rol in de avond van Barten en dat is ook weer zo bij de volgende kunstenaar. George Hulshof mag een serie manifestaties ontwerpen voor de periode 30 april - de inhuldiging van Beatrix - tot en met 5 mei. Macht was volgens de Paradiso-staf het verbindende element tussen troonwisseling, Dag van de Arbeid, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Aan Hulshof de taak om macht en machtssymbolen binnen Paradiso zichtbaar en voelbaar te maken. Voorwaar een actueel thema. De kraakbeweging en het gezag zijn luttele maanden eerder slaags geraakt tijdens de ontruimingen van de Groote Keijser en in de Vondelstraat.
Hij heeft van Bartens avond geleerd, dat hij de metamorfose van het gebouw wat grootser moet aanpakken. Il paradiso perduto (Het verloren paradijs) noemt hij zijn decor van Heras-hekwerk en steigerpijp - volgens de kunstenaar symbolen voor kansarme jongeren sinds de musical West Side Story (1957) over de strijd tussen straatbendes in New York. Een gestileerde vuist is het machtssymbool. Er hangen vlaggen en rode en zwarte schilderijen in de zaal en een enorme spiegel boven het podium. Hij hoopt dat van zijn environment een prikkelende en irriterende werking uitgaat, met name op groepen zoals de punkers die, zonder het te willen toegeven, zelf macht uitoefenen. De optredens voltrekken zich in zijn zwart-rode decor.
Op de avond van de tumultueuze troonswisseling is er een Anti Oranje Bal. Voor de 1 meiviering hebben, tot woede van de kunstenaar, de groepen die in Paradiso de Dag van de Arbeid vieren hun eigen spandoeken, posters en vlaggen over zijn schepping gehangen. In de loop van de week slaagt hij er slechts één keer in iets van een agressieve stemming te kweken, namelijk voorafgaand aan het punkconcert op 3 mei. Het eerste deel van die avond gebeurt er helemaal niets. "Geen sprekers, geen muziek, zelfs niet in ingeblikte vorm. Na enige tijd werd het publiek steeds ongeduldiger - tenslotte hadden zij toegangsprijzen moeten betalen. Voortdurend werd er 'Muziek, godverdomme!' geroepen", schrijven Bruin en Maso.

Guerilla
Na enige tijd betreedt de journalist Ton van Dijk het podium en begint aan de punks uit te leggen waarom hij tegen geweld is. Geschreeuw, gescheld, spreekkoren. "We willen The Slits." Dan zet Van Dijk een geweer in elkaar en vuurt het af, met losse flodders. Het publiek reageert verbaasd en begint te joelen, maar zodra The Slits het podium betreden, neemt de avond al snel zijn normale verloop en beginnen de voorste rijen te pogoën. De kunstenaar is teleurgesteld. Hij had gehoopt dat de punks kwaad zouden worden "door de confrontatie met hun eigen fascistoïde machtsuitoefening". Zoals het een kunstzinnig experiment betaamt, is er een nabespreking. Iedereen is het erover eens dat Hulshof de overtuigingskracht van zijn werk ernstig overschat heeft en weinig meer heeft gemaakt dan een mooi decor. Hij is "binnen zijn traditionele rol gebleven".
Paradiso-directeur Huib Schreurs is in de zomer van 1980 op zoek naar een volgende kunstenaar. In principe heeft die een grote vrijheid. "De inbreng en begeleiding van Paradiso bestaat eruit maatschappelijke thematiek van jongeren in de manifestatie te vervlechten", staat in zijn beleidsplan. Als hij tijdens het Festival of Fools op het ADM-terrein getuige is van een provocerend anti-establishment optreden van Erik Hobijn, weet Schreurs dat hij die nieuwe kunstenaar gevonden heeft. Hobijn sterft bijna tijdens zijn act met een hooggespannen koord en vuur.
Een paar dagen later ziet Schreurs Hobijn fietsen en houdt hem aan. Of hij het volgende kunstenaarsfeest wil organiseren. Hij krijgt de vrije beschikking over Paradiso. In februari 2018 vertelt Hobijn: "De SKG-nacht was geen kunstenaarsnacht in de zin dat we kunst gingen maken. Ons gedachtegoed kreeg f 20.000,- en we mochten die ruimte hebben. Ik heb het onderste uit de kan gehaald."

'Terroristencongres'
'Ons' is de Stads Kunst Guerrilla, die Hobijn in 1978 heeft opgericht samen met Peter Giele, Marijke ter Rele en David Veldhoen. Het belangrijkste wapenfeit van de SKG is - naast een heleboel grote ME-poppetjes als graffiti op Amsterdamse muren - een onaangekondigde performance tijdens een opening in Museum Fodor in september 1979. Een vriendje van Hobijn steekt het lont aan in een torso, die hij en Veldhoen hebben achtergelaten. Er ontstaat zoveel rook dat het pand ontruimd moet worden.
Hobijn is een onbekende voor de staf. Hij is wel al vaak in Paradiso geweest op punkconcerten - en er ook regelmatig uit gegooid. Hij gaat voortvarend aan de slag en vindt in Daniel Levenbach een projectleider voor zijn 'Terroristencongres' op 20 december. Hobijn is bij de projecten die hij uitvoert in het NRC-gebouw - een groot kraakpand pal achter het Koninklijk Paleis - niet gewend om alles tot in de puntjes te omschrijven. Paradiso wil wel ongeveer weten wat ze van plan zijn.
"Uitgangspunt is de paradoxale gedachte: feestvieren in een concentratiekamp, feesten en dansen op een puinhoop en in een sfeer van verval en destructie", noteert een stafmedewerker. Hobijn zelf: "Kunst is oorlog, je komt een Kriegsraum binnen, mensen zijn onderling aan het kämpfen wie de beste is, wie beroemd wordt wie niet." Een wachttoren met prikkeldraad, afvalmateriaal op de vloer afkomstig van het op 2 december ontruimde kraakpand de Grote Wetering, verderop aan de Weteringschans.
Het SKG-feest is voor Erik Hobijn vooral een manier om de punks te irriteren. Hij vindt dat punk zichzelf op zou moeten heffen. "Ik wou een kerk maken voor de punks, de avond opbouwen zodat iedereen steeds opgefokter zou worden en dan stoppen en de-escaleren." Hij verzint allerlei manieren om zijn publiek te irriteren, zoals het inzetten van sloopmateriaal van de Grote Wetering - "heilig materiaal van de strijd die ze verloren hadden", storend geluid (een hoge sinustoon in de hal) en het voortduren schoonmaken van de wc's, die punks immers bij voorkeur vol kalken met graffiti.

Jongensdromen
De avond is een pandemonium. Vanaf de toren klinkt keiharde punkmuziek. Het fraaiste visuele effect van de avond komt van de zakken kaf, die wolken stof produceren in het vale licht en ook alle geluidsinstallaties onklaar maken. Op de balkons geeft de theatergroep Dogtroep een parodie op dolgedraaide mensen. Dichters met megafoons overschreeuwen elkaar. Auto's worden op hun kop gezet en 'werkers' lopen met ladingen olifantenpoep naar een van de wc's. Juris Vičs, de vader van Dr. Rat, legt de avond vast op dia's.
Op het moment van de-escalatie (rond elf uur) verschijnen Hobijn en zijn medewerkers in witte uniformen om muren en zuilen wit te verven. De staf heeft de bezoekers dan al de deur uitgewerkt, opgelucht dat Paradiso het de avond overleefd heeft zonder brand of ernstige ongelukken. Een journalist van de Nieuwe Revue noemt het feest "het interessantste culturele gebeuren van '80".
Hun opvolgers Jeroen Henneman en Willem van Malsen doen het heel anders. Geen totaalspektakel, maar een aantal theatrale acts. De twee ministeriële verslaggevers beschrijven hun avond in mei 1981 als "de verbeelding van een soort jongensdroom met al zijn angsten en verlangens". De kunstenaars treden op als bodybuilders, als Tarzan en Jane en als twee gigantische tekenpotloden. Door een zee van laserlicht steken ze in een bootje de zaal over. Tussen de acts door spelen het Nederlands Blazersensemble en een pianist. Paradiso-directeur Huib Schreurs vindt het allemaal "heel geestig", zelfs hilarisch de act waarbij Van Malsen zogenaamd vanuit een kanon door een gebrandschilderd raam geschoten wordt. Hij en zijn mensen zijn zeer te spreken over de samenwerking met Henneman en Van Malsen, vanwege hun professionaliteit en het ontbreken van 'kunstenaarskapsones'.

Traditie
Was het Praktijk Onderzoek Beeldende Kunsten geslaagd? Was de "kloof van onbegrip" die volgens de subsidieaanvraag van Paradiso gaapte tussen "eigentijdse kunst en publiek" gedicht? Bruin en Maso spraken ook met het publiek. Bij Bartens 'anarchistisch labyrint' en 'het verloren paradijs' van Hulshof hadden de bezoekers nauwelijks door dat het om een kunstproject ging. Pas toen ze uitleg kregen, gaven ze artistieke oordelen en diepere uitleg. En de echte doelgroep was weggebleven. Bij de twee meest geslaagde feesten wisten de kunstenaars vooral hun eigen bekende publiek te trekken: de Amsterdamse punks respectievelijk de vrienden en kennissen van Henneman en Van Malsen. In de geschiedenis van Paradiso was het niet de eerste en zeker ook niet de laatste keer dat beeldend kunstenaars betrokken waren bij de aankleding van het gebouw of de inhoud van een programma. In die zin waren de kunstenaarsfeesten van 1980-1981 deel van een traditie die Paradiso al 50 jaar lang maakt tot meer dan een poppodium.


ANNEMARIE DE WILDT IS CONSERVATOR BIJ HET AMSTERDAM MUSEUM.


50 JAAR PARADISO
Veel meer over 50 jaar Paradiso in het Amsterdam Museum. Op de gelijknamige tentoonstelling zijn 200 unieke foto's te zien van concerten en artiesten, feesten en bijzondere bijeenkomsten. Er is (uiteraard) muziek te horen en bezoekers, artiesten en medewerkers van Paradiso vertellen over hun belevenissen.


50 JAAR PARADISO. AMSTERDAM MUSEUM, KALVERSTRAAT 92. TOT EN MET 19 AUGUSTUS