Nummer 4: April 2018

De Dierpsycholoog Kortland-1-man-en-bok

Adriaan Kortlandt zou de bekendste wetenschapper worden op het gebied van diergedrag. Hij werd het niet. Hij was een pionier, maar omstreden. Niko Tinbergen kreeg de Nobelprijs, niet hij. Het gevoel van miskenning maakte van hem een querulant. Wat ging er mis in het lange leven van Adriaan Kortlandt?

Bij de vijver met aalscholvers en pelikanen in Artis doet diergedragsonderzoeker Adriaan Kortlandt zijn grote ontdekking. We schrijven de jaren vijftig. Hij is in 1949 cum laude gepromoveerd met een studie naar broedvoorbereidingsgedrag bij aalscholvers en kreeg daarna een baan als wetenschappelijk medewerker bij de afdeling zoölogie van de Universiteit van Amsterdam. Dat betekent: Artis. De jonge wetenschapper is niet weg te slaan bij de aalscholvervijver. Vele uren zit hij daar op een bankje aan de aalscholvervijver, vaak in gezelschap van de vermaarde Artismedewerker Frits Portielje, 'inspecteur der levende have'. Portielje was, in de woorden van Kortlandt zelf, "aaps met de apen en leeuws met de leeuwen". Het inlevingsvermogen van Portielje moet een inspirerend voorbeeld voor hem zijn geweest.
Wie is Adriaan Kortlandt en wat doet hij daar? De geboren Rotterdammer - 25 januari 1918 - heeft al vroeg belangstelling voor de natuur. "Als schooljongen en amateur-ornitholoog was ik in 1934-35 bekend geworden met een grote aalscholverkolonie, op een uur afstand fietsen van mijn ouderlijke woning in Rotterdam. Deze vogels nestelen dicht bijeen in bomen die zij kaalplukken voor nestbouwmateriaal, waardoor men als waarnemer vrijwel alles kon zien wat er gebeurde", schrijft hij in 2006 daarover in een biografische schets.
Hij merkt al snel dat veel biologen niets moeten hebben van 'dierpsychologie', en dat heeft nu juist wel zíjn warme belangstelling. Adriaan gaat psychologie (en geografie) studeren in Utrecht. Die keuze is mede ingegeven door de crisistijd: "Ik had daarbij de hoop en het vertrouwen, te zijner tijd door middel van onderzoek iets te kunnen bijdragen ter vermindering van de misère in de wereld. Mijn doel was daarbij enerzijds een overbrugging tussen ethologie en psychologie wetenschappelijk voor te bereiden en anderzijds later een nuttig beroep te kunnen beoefenen."

Overspronggedrag
Een decennium later krijgt hij in Amsterdam weer de mogelijkheid aalscholvers te bestuderen - en doet hij zijn ontdekking. Simpel gezegd komt het erop neer dat als een dier in een situatie komt waarbij (bijvoorbeeld) de aandrang om te vluchten en om aan te vallen om voorrang strijden, het kan 'besluiten' om een derde, neutrale oplossing te kiezen. Het dier gaat dan bijvoorbeeld wat eten of zich wassen. Hij noemt dit: 'overspronggedrag'. In Artis staat nog altijd het 'oversprongbankje' bij de vijver met aalscholvers en pelikanen. Een bordje licht het begrip toe.
Al in 1938 heeft hij de bioloog Niko Tinbergen (dan werkzaam bij het Zoölogisch Laboratorium in Leiden) ontmoet. Kortlandts pleidooi om een hiërarchisch onderscheid te maken tussen instincten en sub-instincten vindt weinig weerklank. Tinbergen reageert welwillend op zijn waarnemingen. Tijdens een door hem georganiseerde bijeenkomst ontdekt hij dat diens promovendus Gerard Baerends onafhankelijk tot dezelfde conclusies is gekomen bij zijn onderzoek naar het gedrag van graafwespen. Kortlandt denkt een medestander te hebben gevonden, maar in Baerends' proefschrift in 1941 staat geen enkele referentie naar zijn aalscholverwerk. Er groeit een controverse die Kortlandt min of meer tot persona non grata zal maken.
In Cambridge sabelt de gezaghebbende etholoog (diergedragskundige) Robert Hinde zijn werk neer en in Nederland zwijgen Baerends en Tinbergen het zo goed als dood. Met Tinbergen is het nog wel goed gekomen, waarschijnlijk omdat bleek dat ook Tinbergen het overspronggedrag had vastgesteld, ongeveer in dezelfde periode als Kortlandt. Maar de toon was gezet: Kortlandt voelt zich genegeerd, onbegrepen, aangevallen, en daar reageert hij keer op keer op.

Panter
In 1958 krijgt hij het aanbod om in Congo - destijds Belgisch - chimpansees te gaan bestuderen. Hij neemt het met beide handen aan en zal er (overigens niet permanent) tot 1986 aan werken, met succes, vooral in de VS. Over één van Kortlandts experimenten schrijft de bioloog en journalist Cas de Stoppelaar in het NRC Handelsblad van 12 juli 1986: "Zelf mocht ik in 1970 een lezing bijwonen, waar hij zijn beroemde 'panterfilm' vertoonde. Deze film toont de reactie van chimpansees die plotseling met een roofdier worden geconfronteerd. Een opgezette panter, verscholen in een met bladeren toegedekt hol, de staart aangedreven door een ruitenwissermotor, wordt op een goed moment, als alle apen vredig aan het ronddwalen zijn, door een druk op de knop naar voren gereden over rails. De camera draait. De chimpansees schrikken eerst, maar vallen dan aan en slaan of gooien met stokken."
Kortlandt zegt daarover: "Ja, dat motortje. Dat was om aan te tonen dat de eerste mensen zich tegen hyena's en zelfs leeuwen konden verdedigen door met stekelige takken rond te zwaaien. Het probleem waar ook Darwin al over had gepiekerd, hoe de oermens zich had kunnen verdedigen tegen wilde dieren, was dus nu opgelost. Daar heb ik een collega het leven mee gered! Haar Landrover kreeg panne, tegen de avond, ergens in de rimboe. Ze herinnerde zich mijn verhaal, sneed een doornentak af en zwaaide daarmee in het rond. Ze is te voet door het donker thuisgekomen met een troep hongerige hyena's achter haar aan. Die durfden niks te doen! Als goed onderzoeker wilde ik een bewijs leveren en ik zei: 'En nu zet ik je af op dezelfde plek, en loop je zonder takken naar huis, als blanco proef.' Ze weigerde, helaas."

Miskenning
Bij zijn dood meer dan twintig jaar later zegt de beroemde etholoog Frans de Waal over hem: "Hij mag zich dan miskend voelen, Kortlandt is wel een groot wetenschapper." Carel ten Cate, hoogleraar gedragsbiologie in Leiden: "Iedereen erkent dat Kortlandt belangrijk werk heeft verricht. Hij was op veel terreinen een pionier, een wegbereider. Maar hij was de makkelijkste niet. Zijn hele leven stond in het teken van die erkenning." Weer een andere collega-etholoog spreekt van een "markante gedragsonderzoeker", die "misschien zijn tijd ver vooruit" was. Wat is er dan toch misgegaan?
Hoewel ik hem niet persoonlijk gekend heb, doe ik een voorzichtige poging: een briljant en onorthodox wetenschapper, een querulant, een verongelijkte betweter, een betrokken mens, onhandig. Uiteraard ondervindt Kortlandt tegenslag en krijgt hij kritiek, maar dat is voor een pionier niet zo vreemd. Zijn collega-ethologen verzetten zich vooral tegen het idee om menselijke emoties een rol te laten spelen bij de beoordeling van diergedrag.
De controverse loopt hoog op. Zo verbreidt Kortland het onwaarschijnlijke verhaal dat de discussies zo hoog opliepen dat hij in 1974 door de politie uit de collegezaal zou zijn verwijderd. De tegenstand in kringen van biologen kan ertoe geleid hebben dat de Universiteit van Amsterdam in 1976 zijn lectoraat 'Psychologie en ethologie der dieren' na achttien jaar overhevelt van de biologiefaculteit naar de sociale wetenschappen. Daar wordt hij in 1980 - net als alle andere lectoren - gewoon hoogleraar. Hij gaat in 1984 met emiraat, blijft nog onbezoldigd aan tot 1987 en verhuist naar Oxford.

Wraakboek
In 2004 komt hij naar Nederland om te vertellen over de autobiografie die hij aan het schrijven is. Verschillende kranten doen verslag, waaronder Trouw: "Kortlandt is al meer dan zestig jaar boos op alles en iedereen. Hij was even overgekomen uit zijn woonplaats Oxford om zijn biografie te presenteren waarin hij de wereld duidelijk maakt welk onrecht hem is aangedaan. [...] Adriaan Kortlandt hád een wereldberoemd bioloog kunnen zijn. Hij had op gelijke hoogte moeten zijn met Niko Tinbergen, de Nederlander die in 1973 de Nobelprijs kreeg. Maar het grote publiek kent Tinbergen wel, maar Kortlandt niet."
Adriaan Kortlandt vindt dat zijn fundamentele bijdragen aan de gedragsbiologie stelselmatig zijn genegeerd. Het Parool verklaart zijn boosheid aldus: "De kiem van het conflict gaat mogelijk schuil in de strenge overtuiging van de ethologische beweging in die jaren dat het gedrag van de mens en dat van het dier niet te vergelijken zijn." Kortlandt was van mening dat het onderzoek van dieren wel kan bijdragen aan het begrip van de mens. "Ik was psycholoog, geen bioloog. Dat stak." Dat hij tot het einde van zijn leven omstreden blijft, blijkt wel uit het feit dat hij in 2004 (hij is dan 86) wil spreken bij de European Conference on Computational Biology, maar geweigerd wordt.
Het eerste deel van de autobiografie gaat over zijn leven als onderzoeker en de tegenwerking die hij in zijn pionierswerk ondervond. Na de publicatie in 2004 zet hij zich aan het tweede deel, althans dat kondigt hij aan. Na zijn overlijden schrijft NRC Handelsblad: "De laatste jaren werkte hij aan zijn memoires. Het handgeschreven manuscript liet hij door assistenten uitwerken. Het werd een wraakboek, waarin hij discussies met zijn talrijke vijanden wilde beslechten. Hij vocht voor eerherstel, maar kreeg het niet. Mogelijk wordt dit boek postuum nog uitgegeven."
Dat gebeurt niet. Wat er is gebeurd met het manuscript is onduidelijk. Ik informeerde er indertijd naar bij Adriaans broer, Bruins Kortlandt, en bij een van zijn twee zonen, de hoogleraar Frits Kortlandt. Frits: "Het kan best zijn dat er een autobiografie bestaat, maar ik weet daar niets van. Mijn vader maakte met iedereen ruzie, en ik heb hem de laatste decennia van zijn leven niet meer gezien." Bruins echtgenote Diens: "Van die autobiografie uit 2004 kunnen wij ons niets herinneren. Ik heb de vraag doorgespeeld aan mijn schoonzuster in Amsterdam."

Erkenning
Schoonzuster Mathilde, Adriaans weduwe, blijft het huis bewonen dat ze altijd aangehouden hadden, vlak tegenover Artis, Henri Polaklaan 42-A. De autobiografie is inderdaad niet in boekvorm verschenen, zegt ze: "Het zou Aalscholvers, apen en aapmensen moeten gaan heten, met de ondertitel Een levensloop als onderzoeker. Het eerste deel - En toch lijken uw kinderen op jonge aalscholvers - is wel geschreven. Of het manuscript nog bestaat en waar het dan is, in Oxford misschien, ik zou het niet weten. Aan deel twee Apen en aapmensen is hij nooit toegekomen, dat weet ik wel."
De laatste jaren ging het steeds slechter met Adriaans, vertelt ze. "Hij vergat veel, kleedde zich niet goed meer, begon plotseling Frans te spreken. Op een gegeven moment ging hij papiertjes in de brand steken - terwijl hij altijd zo oppassend was. Hij werd dement. Op den duur kon hij niet meer thuis blijven wonen. Zijn laatste jaar heeft hij in het Sarphatihuis doorgebracht." Adriaan Kortlandt - in eigen ogen miskend tot het bittere einde - sterft daar op 18 oktober 2009, negentig jaar oud. Zijn wetenschappelijke archief, inclusief neppanter, laat hij na aan het natuurhistorisch museum Naturalis.
Niet lang voor zijn dood verzocht Kortlandt de Koninklijke Academie van Wetenschappen een oordeel te vellen over zijn wetenschappelijk werk. Dat oordeel luidde: "U wordt zonder twijfel gerekend tot de belangrijkste Nederlandse gedragsbiologen van de afgelopen eeuw, waarbij uw eigen, duidelijk herkenbare, soms kleurrijke, en nog steeds relevante bijdrage op het gebied van diergedrag genoemd wordt." Maar ja, die erkenning kwam wel na zijn overlijden: de tragiek van Adriaan Kortlandt is dat hij zal worden herinnerd als zeurkous, en niet als onconventioneel en succesvol onderzoeker.


KO VAN GEEMERT IS JOURNALIST.